Romeinse jaartallen en tijdmeting

 

Op deze pagina 2 onderwerpen:

1: het lezen van jaartallen in Romeinse cijfers

2. De tijdrekening: Juliaanse en Gregoriaanse kalender

 

1. Romeinse getallen

We komen de Romeinse getallen vooral tegen als aanduiding van het bouwjaar van een pand, daarnaast op grafzerken de data van geboorte en overlijden.

Het Romeinse getallensysteem werkt anders als ons gebruikelijke systeem, dat een arabische oorsprong heeft.

Oorspronkelijk werkten de Romeinen met kerfstreepjes, later kenden ze letters uit het alfabet eraan toe, die leken op de kerfstreepjes.

 

De Romeinen gebruikten de volgende cijfers:

M     D    C    L     X     V     I


M = 1000
D = 500
C = 100
L = 50
X = 10
V = 5 (de V is gelijk aan de U)
I = 1

De Romeinen gebruikten alleen hoofdletters. Bij ons zie je in boeken als paragraafnummers wel eens kleine letters gebruikt: b.v. xxviii.

De waarde van een Romeins getal vind je door alle cijfers bij elkaar op te tellen.

Staat er een letter met lagere waarde voor een letter met hogere waarde dan moet je deze ervan af trekken.

B.v.

IX = 9 omdat de 1 afgetrokken wordt van de tien.
XL = 40  (50-10)
XLVIII = 48 (50-10+8)
CM = 900

Ook is er een regel dat je eenzelfde letter maar 3 keer aaneengesloten achter elkaar mag gebruiken. Ook aan deze regel houdt men zich niet altijd (zie foto Edamse kerk)

VIII = 8
MDCCC = 1800
Wil je 9 aanduiden dan moet je dus I aftrekken van de X en wordt het IX.
Wil je 1900 schrijven, dan wordt het MCM

 

Dordrecht: jaartal (1766) klopt met de Rococostijl

 

Afwijkende schrijfwijze

Hieronder zie je manieren van schrijven die nog herinneren aan de oude herkomst van de letters. Het linker teken staat voor de M (= 1000), het rechterteken voor de helft ervan: D (= 500).

De eerste is een alternatieve schrijfwijze voor 1.000 (duizend).  De schrijfwijze voor 1.000 is eigenlijk een stilering van een cirkel (= twee gespiegelde C's) met een vertikale streep in het midden. 
Zou je de C's aan de bovenkant laten aansluiten aan de middenstreep en van  niet, dan heb je de letter M (=milia) te pakken.

Een halve cirkel (daarvan de rechterhelft = een I met rechts daarvan een C in spiegelschrift) staat dan voor de helft van de duizend = 500. (Zo kun je ook zien dat 'D' (voor 500) de letter is die het dichtst bij deze aparte notatie in de buurt komt.

Nu kun je dus ook het Utrechtse poortje van de foto bovenin dateren. Het goede antwoord vind je onderaan deze pagina.

 

Edam: Lutherse kerk uit ???

 

Amsterdam-Rokin: ongebruikelijke D-schrijfwijze

 

Symmetrie

 In sommige perioden was de symmetrie zo hevig van belang dat men ook om die reden soms keek of de schrijfwijze met de omgekeerde C's een meer symmetrisch beeld gaf. Ook koos men om die reden er wel voor om 4 maal hetzelfde teken achter elkaar te gebruiken.

 

Vergissingen?

Dan moet je er verder nog rekening mee houden dat veel eigenaars en steenhouwers analfabeet waren en zelf niet precies wisten wat ze in steen houwden. Er werden dan wel eens fouten gemaakt, die men (vanwege de kosten en moeite) niet altijd meer herstelde. Het is nu moeilijk te zeggen of het omgekeerd schrijven van de "D", op onderstaande foto van het pand aan het Rokin uit 1664, opzettelijk of per ongeluk gebeurde. Mogelijk zou het juist schrijven van de D verwarring hebben opgeleverd vanwege de C die er meteen na kwam. En omgekeerd is de D even zo goed de helft vaan de M.

 

Oudewater: chronogram in paneel communiebank Oudkatholieke kerk 1708

 

Een Leids hofje

 En als je denkt dat je nu de regels kent is dit opschrift boven een Leids hofje weer een extra probleem.De foto geeft niet precies alle details duidelijk weer, dus ik schets even het jaartal:       M I V C X C I I Het gaat hier om het St. Anna Aelmoeshuishofje.

 

Leiden:"het St. Anna Aelmoeshofje

 

De uitkomst van dit raadseltje kun je vinden op het bordje, dat bij de achterdeur is bevestigd:

Oudste hofje van Leiden

 

Heel onlogische om 1400 te gaan schrijven als M (=1000) IV (= 4) C (= 100). de 92 is goed gedaan.

 Maar als je goed kijkt zie je een 2e C schuin boven de C. en dat is hier de crux.  Dank zij het toegevoegde c'tje moet het gelezen worden als 4 C's.dan krijg je:  M  4C's  X C I I . En dit laat zich netjes lezen als 1492 (= het jaar van de ontdekking van Amerika door Columbus trouwens.)

 

Ootmarsum

 Vanuit Ootmarsum kreeg ik een foto van deze steen toegestuurd, waarop een tekst staat, met daarin in de hoofdletters verborgen het jaartal 1844. 

 

TrIbVs et seX seCVLIs DetrIta tVrrIs et frontIs teCta fIDes et pIetas DonIs gLorIose renoVarVnt.  
"Drie en zes eeuwen waren voorbij gegaan toen door het geloof en  godsvrucht de toren en de voorgevel van deze kerk hersteld werden."                                                                 
Alle cijfers opgeteld komt men aan 1844.

----------------------------------------------------------

Antwoord jaartal Utrechts poortje: 1660.

----------------------------------------------------------

 

 

2. De Juliaanse en Gregoriaanse kalender

 

Tijdmeting in de geschiedenis.

In de prehistorie hadden de volken slechts 1 groot uurwerk tot hun beschikking: de sterrenhemel met daarin zon en maan, waaraan de seizoenen gemeten konden worden.  

 De dagcyclus werd door de zon bepaald. Maar het gemakkelijkst was het meten van maancycli voor de langere tijdseenheden: een maancyclus duurde ongeveer een maand (iets meer dan 29 dagen).  Toch werd er ook al vroeg rekening gehouden met de zonnecyclus. Stonehenge en vergelijkbare megalitische constructies zijn daar nog zichtbare herinneringen aan.

Het heeft al in de voorchristelijke tijd ertoe geleid dat men de dagen van de maand en de maanden van het jaar probeerde in overeenstemming te brengen met het aanvang van de seizoenen. Door de jaren te krap te berekenen, schoof de lente steeds verder op in de tijd.  

Onze huidige kalender danken we aan de Romeinen. Het jaar begon op 1 maart en eindigde 31 dec. Vervolgens was er een naamloze rustperiode tot op 1 maart het nieuwe jaar weer begon. Deze rustperiode werd vervolgens toch ingevuld met 2 maanden: jan en febr.  Vanaf 1 maart gerekend is september de 7e maand. (septem=7, octo=8, enz.).

Maar ooit heette de 5e maand quintilis. Deze werd ter ere van Julius Caesar omgedoopt in Julius. Keizer augustus wilde ook een maand naar zichzelf genoemd hebben en die moest toch wel net zo lang zijn als die van Julius. En zo komt het dat juli en augustus allebei 31 dagen tellen.

(info: www.huygens-vandemoortel-ancestry.be )

 

Kop van Julius Caesar

In de Republiek waren in de 17e eeuw twee verschillende kalenders in gebruik.

De oudste kalender was de Juliaanse kalender. Ooit ingevoerd door Julius Caesar rond het begin van onze jaartelling. 

In 1582 heeft paus Gregorius XIII de kalenderhervorming doorgevoerd en de Gregoriaanse kalender, in feite een nauwkeuriger kalender, ingevoerd.

In de Gregoriaanse kalender was het in 1582 10 dagen later dan volgens de Juliaanse kalender.
Het begin van de lente kwam daarbij op 21 maart te vallen, 10 dagen eerder.

Een jaar volgens de Juliaanse kalender was precies 365,25 dagen, met één keer in de vier jaar een schrikkeljaar waarin het jaar 1 hele dag langer duurde. Het Gregoriaanse jaar ("tropisch jaar") duurt ongeveer 365,2422 dagen. Omdat een compensatie van één schrikkeljaar in de vier jaar niet uitkomt zijn alleen de eeuwjaren die door 400 deelbaar zijn, schrikkeljaren. Op de verdere technische details gaan wij hier niet in.

Katholieke landen, en dus ook de zuidelijke Nederlanden, gingen snel mee met de kalenderhervorming, maar protestantse landen hadden soms meer dan een eeuw nodig om over te schakelen op de nieuwe kalender.
Onder druk van Willem van Oranje die het nut er wel van inzag om ook over te schakelen, werd in Holland en Zeeland per 1 januari 1583 de Gregoriaanse kalender al ingevoerd.

De overige Noord-Nederlandse gewesten gingen pas in 1700 en 1701 over. Omdat 1700 geen schrikkeljaar was volgens de nieuwe kalender, was het verschil tussen beide kalenders vanaf 1700 11 dagen.

Engeland ging over in 1752, Zweden en Finland in 1753. Rusland en Griekenland pas in 1918 resp. 1923 waarbij het verschil inmiddels 13 dagen was geworden. Voor de duidelijkheid werden vaak de data in beide kalenders weergegeven of het werd er bij vermeld welke kalender gehanteerd werd, de "Oude stijl" of de "Nieuwe stijl".

Het is dus van groot belang bij verifiëren van data in (historische) bronnen goed in het achterhoofd te houden dat data volgens twee verschillende kalenders genoteerd kunnen zijn.

(info: http://www.vocsite.nl/geschiedenis/navigatie.html)