Zeemeerman en zeemeermin

 

 

 

Dordrecht: zeemeerman en wijf in omstrengeling

 

De oudste tekeningen van zeemeerminnen en zeemeermannen vinden we op de oude cylinderzegels van Mesopotamië. In de Assyrische cultuur zien we al van dergelijke wezens, zowel mannelijk als vrouwelijk wat bovenlichaam betreft (hoofd, armen en torso). Rond de middel gaat de torso over in een vissestaart.

Een andere figuur is gekleed in een vissengewaad met zijn hoofd in de kop en de vissenhuid hangt op zijn rug. Misschien waren de meerminnen en -mannen een soort dienaren van de zee- en watergod Enki.

De latere Assyriers en Babyloniers namen deze wezens over. Bij de Assyriers heet de figuur: kulullu (visman), maar ook wel: apkallu.

Samen met de schorpioenmensen en de leeuwmensen vormen ze een groep halfmens-halfdier-figuren. Door deze magische wezens af te beelden op de muren van gebouwen en tempels werd op de bescherming van de godheid gerekend. De zeemeerman wordt overigens daar vaker afgebeeld dan de zeemeermin.

 

Cylinderzegel uit assyrië: vismensen bij levensboom

 

Enki (Ea) was de god van de onderaardse zoetwateroceaan (de apsu). Hij was tevens de god van wijsheid, magie en de kunsten/beschaving. Hij wordt vaak afgebeeld met een stroom water vanaf zijn schouders waarin vissen zwemmen. Hieronder een afbeelding van een Sumerisch cylinderzegel van Adda uit het British Museum (ca. 2500 BC).

Enki vormde een liefdespaar met Ninhursag en zij leefden in de Sumerische versie van het paradijs: Dilmun geheten. Daar genoten ze van de het goede leven zolang ze maar in de buurt van de 'levensboom' bleven. 

Deze levensboom had zijn wortels in de onderaardse oceaan (de apsu) en zijn kruin in de hemel.

 

De god Enki op Sumerisch cylinderzegel van Adda: ca 2500 BC

 

Assyrië (huidige Khorsabad): een visman in het water ca 710 B   (uit: J. Black & A. Green: Gods, demons and symbols

 

Assyrië

Uit teksten van W.R. Warttig Mattfeld valt op te maken dat de man gekleed in een vissenhuid, (in het Accadisch) een Apkallu is en Adapa genoemd wordt. De Apkallu's waren oude wijze mannen uit de tijd van voor de zondvloed, die krachtige zegeningen en vloeken kon uitspreken om wind en storm te bedaren, om daarmee te voorkomen dat ze ziekten zouden verspreiden. 

Er waren volgens de Assyriers 7 van deze Apkallu's, die de mensen de cultuur en beschaving brachten. Ooit hadden ze de een of andere god beledigd en waren ze verbannen naar de wateren van de onderwereld (de apsu). Er zijn nog al wat overeenkomsten en verschillen tussen de mythen rond Adapa en de bijbelse Adam.  Adapa lijkt te staan voor dé mens, en is in dat opzicht ook vergelijkbaar met Adam.  

Er is de volgende mythe m.b.t. Adapa: Adapa kwam uit Eridu. Hij was de brenger van voedsel en water aan de goden. Tijdens een vistocht kwam hij met zijn boot in een storm terecht en in zijn gevecht met de stormgod brak hij een vleugel van deze Zuidenwind. Hiervoor moest hij gestraft worden. De 2 goden, die de hemelpoort van de god Anu bewaken, doen een goed woordje voor hem bij Anu. Hij krijgt het brood en water des levens aan geboden zodat hij onsterfelijk zal worden. Ea raad het hem af omdat het een list zou kunnen zijn, en hij ziet ervan af. Zo zal sterfelijkheid het lot zijn van hem en zijn nazaten.  

 

Assyrië: vispriesters bij gestyleerde levensboom ca. 700.  (uit: J. Campbell: The Masks of God, 1968)

 

Assyrië: vispriester op relief van tempel van de god Ninurta in Kalhu (883-859);  uit: J. Black & A. Green: Gods, demons and symbols

 

Bovenstaande plaatjes 

De plaatjes zijn van internet, maar komen uit:Jeremy Black and Anthony Green. Gods, Demons and Symbols of Ancient Mesopotamia, An Illustrated Dictionary. London, British Museum, in association with the University of Texas Press. Austin. 1992. ISBN 0-292-70794-0. paperback).
Joseph Campbell. The Masks of God: Creative Mythology. New York. Viking Penguin. 1968. Reprinted 1976)

 

Muiden

In Muiden zijn zeemeerman en -min de wapenhouders. Helaas is de foto wat onscherp en heeft het wapenschild geen voorstelling.

 

Griekenland

 Ook de Grieken kenden al zeemeerminnen en godinnen met een vissenstaart.

In het boek de Odyssee van Homerus, waarvan de tekst stamt uit ca. 700 BC terwijl de cultuur beschreven wordt van ouder dan 1000 BC, worden ze beschreven. Tijdens zijn moeizame terugreis naar Ithaka moet Odysseus een land voorbij zeilen waar Sirenen huizen met een lieflijk gezang. Wie naar dat gezang luistert wil niet meer naar huis terug en verlangt niet meer naar de dag van zijn thuiskomst. Odysseus krijgt van een godin de tip, mocht hij het gezang willen horen, om zich aan de mast te laten vastbinden. En bij al de leden van zijn bemanning moet er was in de oren worden gestopt, zodat ze niets van het gezang zullen horen. Hoewel het er volgens mij niet bijstaat dat het wezens zijn met een vissenstaart, wordt dat wel aangenomen. 

 

 

Sirenen –  (12de eeuw) - De wezens zijn hier afgebeeld met de kenmerken van zowel de sirene (vogelpoten en vleugels) als van de meermin (vissenstaart)

Op een ander moment van zijn tocht krijgt Odysseus als zijn vlot dreigt te kapseizen, een sluier aangereikt van een zeegodin. Ook de blonde Menelaos, de koning van Sparta, maakt op zijn terugreis uit Troje voor de Egyptische kust ook kennis met een zeegodin, de dochter van de oude man van de zee (een goddelijk zeemeerman), die wordt voorgesteld als een herder van zeerobben. Ook de moeder van Peleus (de held die door iedereen als de allermooiste werd beschouwd en voor Troje sneuvelde) is een zeegodin. Zij bracht geschenken aan land tijdens de begrafenisplechtigheid van haar zoon.  Deze zeewezens stelde men zich voor met het bovenlichaam van de mens en vanaf de middel overgaand in een vissenstaart, zodat ze zich handig en snel door de zee verplaatsten.  

West Europa

Dit verhaal werd in de middeleeuwen door de kerk gebruikt om mensen te waarschuwen voor het kwaad van de verleiding. In die tijd vond je dan ook in veel kerken, kloosters en kathedralen afbeeldingen van zeemeerminnen.

Zeemeerminnen met een vissenstaart werden voor het eerst beschreven door de monnik Aldhem van Malmesbury omstreeks 680 na Christus.

Columbus beschrijft in zijn dagboek dat hij op een van zijn reizen naar Amerika zeemeerminnen heeft  gezien. Er komen tal van zeelui met verhalen van zee terug, dat ze zeemeerminnen hebben gezien.

De zeemeermin van Edam

In ons land bestaat er in Edam een verhaal dat al 600 jaar wordt doorverteld. De Edammers vingen in 1403, na een zware storm waarbij de dijken waren doorgebroken, op het Purmermeer een zeemeermin. Deze werd mee genomen naar de stad. Later zou ze hebben leren spinnen en werd ze nog christelijk begraven ook.

 

 

Middelburg: ornament boven een ingang van de Oostkerk 

 

Zierikzee: als wapendragers van een familiewapen

 

Leerdam: wapenschild boven hofje v. mevr. van Aarden

 

Delft: 20-eeuws uithangbord met lezende zeemeerman