Pijnappel vv3

 

 

Over een Pijnappel-dynastie in Den Bosch

 

Bovenlicht in Den Bosch: Den Pijnappel 

Bredehaven 

En dan is er eindelijk ook een bovenlicht waarin het motief opduikt. Voor een pand aan de Bredehaven in Den Bosch heeft Hans de Waal een bovenlicht gesneden, geinspireerd op een van de oude namen van het pand: den pijnappel. 

[Dat er den staat in plaats van de heeft te maken met de naamval. Eigenlijk denkt men: in den pijnappel. In heeft in het oud-Nederlands net als in het Duits in zo'n geval een derde naamval.] 

Marius Pijnappels in 2008

Hoge Steenweg 

Inmiddels heeft dhr. Marius Pijnappels uit Nijmegen mij meer info gestuurd over de relatie tussen de pijnappel en Den Bosch. Door stamboomonderzoek is hij veel aan de weet gekomen. Er is in de binnenstad namelijk nog een ander huis, aan de Hoge Steenweg, dat "de Pijnappel" heette. En daar is wel wat meer van bekend.

 

Huis 'de Pijnappel' naast de Ruischerpoort a/d Hoge Steenweg (voorgevel 1927)

 

De familie Pijnappel(s) was vanaf de stichting van 's Hertogenbosch rond 1180 tot aan het Beleg van Den Bosch door Frederik Hendrik in 1629, een zeer voornaam geslacht, dat vele stadhouders, schepenen, rechters en hoge militairen in Spaanse dienst heeft voortgebracht. Ook waren zij zeer betrokken bij de laken- en wijnhandel over heel Europa. 

Deze familie had al diverse stenen huizen in bezit, terwijl de meeste huizen in die tijd nog van hout waren. Op de foto hieronder heet alleen het Hoekpand sinds 1545 de Pijnappel, daarvoor heette het 'de Zon'.

Maar ook het pand ernaast is in bezit van de Pijnappels geweest. Dat was als herberg in gebruik. Overigens ook in Helmond, Schijndel, Veghel en Rosmalen hadden de Pijnappels na de Bossche periode (van 1600 tot ca. 1700) herbergen met de naam: de Roode Leeuw.

 

Den Bosch: 3 laat-gotische panden op rij, Het meest linkse is 'de Pijnappel'

 

In de 50-er jaren liet van Lanschot Bankiers deze panden voorzien van nieuwe gevels naar een oud Brugs voorbeeld (zie boven). Met authenticiteit hebben de panden dus niets meer van doen. Hoe het pand voor de 2e wereldoorlog eruit zag, zien we nog op een oude foto uit ca 1938 (zie onder).

Achter het huis rijst nog de St. Pieterskerk boven de huizen uit. Deze waterstaatskerk uit 1843, gebouwd voor de katholieken, werd in 1972 afgebroken.

 

Huis 'de Pijnappel' ca 1938, is het huis aan het eind links met de zonneschermen

 

Jeroen Bosch (ca 1450-1516) schilderde in zijn tijd al een lid van de Pijnappelfamilie in de 'Doornenkroning'. De pijnappel is geel geborduurd op de groene zijde, een kleine op de rechterschouder en een grote net onder de neus van de kerkelijke prelaat.

Rond 1500 wilden de rijke mensen zich graag laten portretteren. Jeroen Bosch had de gewoonte om de opdrachtgever van zijn werk op slimme wijze aan te duiden.(door hem een stempeltje te geven).

 

De doornenkroning door Jeroen Bosch, waar Christus is afgebeeld tussen goeden en kwaden.

 

Een lid van de Pijnappelfamilie, herkenbaar aan de pijnappel op de groene zijde.

 

De 'goede mannen'

 Gezien de datering van het schilderij ca. 1500 en de leeftijd van de man, is het hoogstwaarschijnlijk Jan Pijnappel Boudewijnszn, die hier door Jeroen Bosch is afgebeeld.

In 1499 en 1500 had deze Jan Pijnappel in de stad de taak van  'goede man' op zich genomen. D.w.z. dat hij in die jaren de eindverantwoordelijke werd voor alle bestuursfunkties in Den Bosch, omdat de rest van de schepenen en raadsheren er een puinhoop van had gemaakt.

Dat mannetje naast hem was zijn medeschepen. Het groepje wijze mannen, dat in tijden van bestuurscrisis in Den Bosch orde op zaken moest stellen, heette destijds ook officieel: 'de goede mannen'. 

Jeroen Bosch laat Jezus kijken met een uitdrukking alsof hij wil zeggen: daar staan ze dan, die wijze mannen, en ze steken geen hand uit om me te redden.

 

Bewoners van het Huis De Pijnappel waren de broers Jan Pijnappel den Oude en Jan Pijnappel de Jonge, kleinzonen van Jan Pijnappel Boudewijnszn. Hun vader heette Willem.

 

Jan Pijnappel de Oude koopt het huis 'de Pijnappel' aan de Hoge Steenweg in 1545 en erft er later van zijn schoonvader nog een 1/5 deel in het aangrenzende huis bij (later bekend als refugiehuis van het klooster Marienhage te Woensel), wat hij dan in zijn totaliteit weet te kopen van zijn zwagers. Zie gravure hieronder.

Den Bosch: het Refugiehuis, grenzend aan het erf van de Pijnappel

 

Jan Pijnappel de jonge bewoont als laatste het huis 'de Pijnappel'. Na het overlijden van zijn vrouw verkoopt hij het pand en vertrekt naar Amsterdam waar hij aandelen verwerft in de VOC. We vinden hem terug in Kaliningrad, Rusland, Afrika en Brazilie.

Uit deze Jan Pijnappel de Jonge is de protestantse tak van de familie Pijnappels voortgekomen.

 

Jan Pijnappel Boudewijnszn (de 'goede man') had naast Willem, de vader van de eerder genoemde Jan de Oude en Jan de Jonge, nog een zoon Jan (overleden 1570 en genoemd in de grafbeschrijving hierboven).

Een kleinzoon van deze laatste Jan, Frans woonde op een kasteeltje in St Michielsgestel.   Van deze Frans stammen af: de huidige katholieke familie Pijnappels in Brabant maar ook een aantal families Pijnappel (zonder 's'). We vinden ze in Helmond, Schijndel  en Rosmalen, waar zij in de 17e eeuw werkten als notarissen en burgemeesters. 

De joodse tak Pijnappel is ontstaan rond 1635 toen rijke Joden Portugal ontvluchten en zich in het vrije Holland vestigden. Zij hebben toen huwelijken gesloten met bekende Nederlanders.

De laatste uit de Pijnappel-dynastie die de functie van stadhouder vervulde, was Anthonis. Hij is vermoedelijk om het leven gekomen tijdens het beleg van Den Bosch in 1629 door Frederik Hendrik. Van hem hieronder een grafbeschrijving.

Wapen van de familie Pijnappel, getooid met pijnappel boven op de helm en 3 op het schild

Den Bosch: Brede Haven: bovenlicht van eind 20e eeuw (door Hans de Waal)

Als we verder terug gaan in de tijd, blijkt dat alle families Pijnappel(s) afstammen van Lambert de I , graaf van Leuven en Henegouwen, een nakomeling van Karel de Grote. Deze Lambert werd de eerste Graaf van 'Brabant' (Brussel e.o.) en hij en zijn opvolgers (landgraven en hertogen van Brabant) voerden in de vlucht van hun wapen een Pijnappel en de dekkleden waren versierd met de symbolen van bijtjes (Het duurt nog tot 1183 voor Brabant een hertogdom wordt).

 

Op deze bladzijde uit Wapendichten en Wapenboeken (Gelderland, ca. 1370) prijkt in het midden de vlag van Lotrike (=Lotharingen). Zie de prent hieronder. Verder zien we de wapens van de hertog van Brabant, van de heren van Valkenborch (Valkenburg), Gaesbeke, Mechelen, Leefdale, Born, Horne, Wezemaal, Van der Mecke, Cuyk en Diest (Brussel, Koninklijke Bibliotheek).
 
Wat opvalt aan deze pagina is dat de tekenaar de wapens heeft voorzien van een uiterst wilde carnavaleske uitdossing. Ik ben geen heraldisch deskundige, maar aanvankelijk leek me dit niet reëel. Eerder een soort spotprent. Maar als je meer rondkijkt naar prenten met heraldische uitdossingen in de late Middeleeuwen, zie je dat niks te gek was. 
Het wapen van de hertog van Brabant (de belangrijkste en dus het grootst getekend) links op de prent is getooid met een en al pijnappel, waarbij de lippen bestaan uit pauwenogen.

 

 

Karel de Grote was de zoon van Pepijn de Korte en moet dus zelf eigenlijk Karel Pepijnzn geheten hebben.

Het geslacht van Karel de Grote noemt men de "Pippiniden" naar de voornaam Pepijn, die nog al eens in die dynastie voorkomt. De woorden Pepijn en Pepiniden/Pippiniden zijn in feite afgeleid van de Pijnappels.

Direct links voorin de kapel van Karel de Grote in de Dom van Aken staat een grote Pijnappel waaruit bronwater stroomt, wat men het Karel-de-Grote-sap noemt. 

Het is leuk om te zien hoe een symbool uit de klassieke oudheid als familiesymbool al vanuit de dynastie van Karel de Grote werd doorgegeven aan de Hertogen van Brabant en vandaar terechtkwam in de familie Pijnappel(s).  En hoe dit dan in deze tijd uiteindelijk nog gematerialiseerd werd in een bovenlicht met pijnappel te Den Bosch.