Paard

 

 

 

Paarden waren voor de Germaanse volkeren heilige dieren. Dit gold trouwens ook voor: beren, herten, runderen, varkens en katten.

Al in de bronstijd zien we rotstekeningen waarin paarden als offerdier worden afgebeeld. 

Tacitus spreekt van heilige wouden waarin schimmels werden gehouden, die niet door gewoon werk werden ontwijd, maar voor de heilige wagens werden gespannen bij godsdienstige rituelen.

Ze waren aan Odin of Freijr gewijd, want dat waren beide paardrijdende goden. Bekend is Wodans witte achtbenige schimmel Sleipnir, waar mee hij door het luchtruim reed. Dit rijkunstje heeft Sinterklaas van hem geërfd. 

Uit het beluisteren van het hinniken, snuiven en briesen van zo'n paard kon een priester zijn voorspellingen doen. 

Er werden cultische feesten gehouden met paardenrennen. Het winnende paard werd dan soms aan Odin geofferd (St. Steffenrit in Zweden: 26 december). Tijdens zulke cultische feesten werd er paardenvlees gegeten. 

De christelijke kerk verbood het eten van paardenvlees vanwege deze relatie met de Germaanse offerfeesten. Paardenrennen konden wel gehouden blijven worden en hebben dus soms al een zeer oude traditie.

 

Paardeschedels aan de huisgevels hadden een onheilafwerende functie. Later verhuisde de paardsymboliek naar het topgevelteken, met name in de Saksische landen. Ook in het Saksische deel van ons land komen we dit teken nog tegen aan de nok of op de grote niendeuren.

 

Saksische paardenkoppen als topgevelteken

 

Gemen (Duitsland) saksische paarden in de topgevel

 

Museum Aardenburg: germaanse kammen met paarden (Middeleeuwen)

 

Het domesticeren van het paard wordt toegeschreven aan volkeren in Oost-Europa en Azië. De nomadische ruitervolkeren joegen de volken van de Middellandse zee enorme angst aan. Men zag ze als kentauren (= wezens half mens-half paard).

 Bij de Grieken was het paard al een zonnesymbool. Ze trokken de wagen van de zonnegod Helios en de wagen van de zonnegod Apollo.Maar ook in de Bijbel zien we Elia in een wagen met paarden ten hemel varen,

Ook Mithras had het paard als hemels trekdier. Het gevleugelde paard Pegasus komen we tegen in de Griekse mythologie. Het kwam ter wereld vanuit de liefde van Poseidon voor de gorgo Medousa.

Ene Bellerophon vangt het dier met hulp van Athena, temt het en raakt verwikkeld in diverse gevechten, die hij wint. Overmoedig onderneemt hij de tocht naar de Olympos, naar de verblijfplaats van de goden.

Maar de goden doorzien zijn plan en sturen een steekvlieg die Pegasus onder de staart bijt. Pegasus steigert en Bellerophon valt eraf, raakt mank aan een been en blind aan een oog. Pegasus kwam wel aan op de Olympus en werd de drager van de bliksemschichten van Zeus.

In de christelijke kerk werd een stralend wit paard verbonden met Christus Triumphator en wordt het een zinnebeeld van overwinning. 

Boeren met liefde voor paarden hebben in de 19e en 20 eeuw deze liefde soms uitgedrukt in het bovenlicht. Deze werden als massaproduct in gietijzer gegoten.

 

Sappemeer: Hoofdweg 252

Epe: gietijzeren paard, gelijk aan dat van Sappemeer (hierboven), maar keuriger afgewerkt

 

Kolham: Hoofdweg 52: Paard in gietijzer