Maan en halve cirkels vv2

 

 

 

Selene, Griekse. maangodin met sikkel op het hoofd (bron wikipedia)

 

Maangoden en -godinnen

 

Er zijn in de culturen van de oudheid, waarvan wij onze decoratieve motieven hebben geërfd, maangoden of maangodinnen bekend. Of en hoe deze vereerd werden, is minder duidelijk. Wat we weten is dat ze in afbeeldingen zich laten vergezellen van een maanmotief, meestal de maansikkel.

Aangezien in eenzelfde gebied de culturen elkaar opvolgen, nemen ze soms de goden van de vorige cultuur over, maar de namen en betekenissen willen wel eens wat wijzigen.

De wetenschappelijke term hiervoor is syncretisme. Syncretisme is het verschijnsel dat goden in hun betekenis en attributen met elkaar fuseren. Het syncretisme is door de tijd veel opgetreden. Als voorbeeld kan ik noemen: de goden van Sumerie, Assyrie en Babylonie; de Griekse & Egyptische goden; de Griekse en de Romeinse goden en ook de Romeinse en Germaanse goden.

 

De maansikkel en de Venussikkel

Nu is de maan niet het enige hemellichaam met een sikkel (Engels: crescent). Ook de planeet Venus kent schijngestalten. Als de weercondities goed zijn en je gebruikt enig doorzichtig materiaal om het licht wat te dempen, zijn deze schijngestalten van Venus heel goed met het blote oog te zien. We mogen dus rustig aannemen dat de astronomische geleerden in de verre oudheid al kennis hadden van de schijngestalten van Venus. In symboliek is er geen verschil tussen de venus-sikkel en de maansikkel.

 

Als er al aparte maangoden/-godinnen en venusgodinnen zijn geweest in de vroegste tijden dan zijn die in de loop de tijd, tussen 1000BC en 0BC, al steeds meer gefuseerd tot slechts enkele individuele personen.

 

Maangoden tref je vooral aan bij vroege nomadisch levende volken. In gesettelde samenlevingen, die van landbouw en veeteelt leven, neemt de invloed van de maan sterk af. Die gaan we nu nog wat verder bekijken.

 

Sumerie: Op edelsteen tekst gewijd aan de maangod Nanna: 2000 BC (museum Louvre)

 

Mesopotamië

In de oud-Sumerische tijd (4000 – 2350) vereerde men naast de zonnegod Utu de maangod Nanna, de zoon van de schepper-god Enlil. Nanna werd beschouwd als heer van de kalender en de wijsheid met daarnaast de vruchtbaarheidsgodin Inanna.

De vroeg-dynastische periode duurt van 2900 – 2350 BC. Het is de tijd van aparte stadstaten, nog zonder centraal gezag. Het uit de bijbel bekende Ur van de Chaldeeën was één van deze stadstaten.

 

Godin binnen de boog; links: zon/ster en rechts: maan

 

Koning Sargon Naramsin, kleinzoon van Sargon I

Een nog al bekend Sumerisch tijdvak (2350-2100) dat hierop volgt is de Sargonidische periode, waarin de 12 stadstaten aaneengesmeed worden tot één rijk. Bekendste koning is Sargon I.

Nieuwe godennamen:

de zonnegod Sjamash en een vrouwelijke godin Isjtar. Als vruchtbaarheidsgodin is Isjtar de opvolgster van Inanna.

In Phoenicië (nu Libanon) en Kanaän (nu Palestina) heet ze Astarte (een naam die we ook vanuit de bijbel kennen) tezamen met Baal, de zonnegod. Haar ster was de planeet Venus. Volgens Herodotus droeg ze hoorns.

In Gilead (Palestina) droeg een plaats de naam Ashteroth-Karnaim, wat betekent: de gehoornde Astarte. De Minoische moedergodin van Kreta had als attributen de dubbele bijl en de gehoornde stier. Er zijn wetenschappers, die vermoeden dat de hoorns van de stier verband houden met de Venussikkel.

 

Sumerisch vorst Gudea, stadkoning van Lagash-ca 2000 BC

Na het verval van het Sargonidische rijk krijgen we het Ur-III-rijk (2100-1950), waarin Ur-Nammu de verdeelde landen weer onder een centraal gezag brengt. Het Sumerisch is nog steeds de landstaal en in deze periode beleeft Sumerie een bloeitijd in de literatuur, waarvan erg veel is bewaard gebleven, dankzij goedgeconserveerde spijkerschrift-tabletten. 

Lagash, ook een van deze stadstaten ziet kans om nog wat langer onafhankelijk te blijven. De vorst Gudea laat veel beeldjes van zichzelf hakken in het keiharde dioriet, wat bij opgravingen soms ongeschonden tevoorschijn is gekomen. (Zie foto hiernaast.)

 

De Assyrische god Mardoek 

Volgend rijk is het oud Assyrische rijk (1800-1375), genoemd naar de belangrijkste god: Ashur.

Bekendste vorst is Hammoerabi van Babylon (1728-1686). De taal wordt nu Akkadisch. Hammoerabi wordt bekend vanwege zijn wetgeving (oog om oog en tand om tand) en door de grote bibliotheek, waarvan maar liefst 20.000 kleitabletten bewaard zijn gebleven..Culturele hoofdwerken: Gilgamesj-epos, scheppingsverhalen, hymnen, psalmen, gebeden.

Belangrijkste goden: de schepper-god Mardoek van Babylon, de zonnegod Sjamasj en de vruchtbaarheidsgodin Isjtar.  

Mardoek wordt beschouwd als de schepper van de mens en de god van het licht en het leven. Hij kan gezien worden als de Babylonische opvolger van de Sumerische god Enlil.  

 

Assyrisch (?): in de midden is mogelijk een maangod weergegeven binnen de maansikkel.

 

Ashur was de hoofdgod van het oude Assyrië, die eveneens de rol aannam van Enlil en Marduk. Tevens was hij god van oorlog. Ashur was de beschermheer van de Assyriërs. Ashur wordt afgebeeld als half vogel/half mens, gewapend met pijl en boog, binnen een ring van zonlicht.

 

De godin Ishtar (8e eeuw BC) met Venus op haar hoofd

Z'n metgezellin was Ishtar, die het oorlogszuchtige temperament van haar man beantwoordde met het laten groeien van een baard die reikte tot haar borsten. Ishtar draagt vaak een 'ster' op het hoofd met acht stralen: het symbool van Venus.

Van 1375-1047 spreken we van het midden-Assyrische rijk. Salmanassar I vergroot Assur en Ninevé. Uiteindelijk schrompelt Assyrie weer in tot het kerngebied.

De hoofdgoden blijven Sjamesh (zonnegod) en Ishtar (venus).

Ook is er sprake van een derde hoofdgod de maangod Sin (bij de Sumeriers heette hij Nanna).

Dit drietal (Shamesh, Ishtar en Sin) komt nogal eens als godentrio op de cylinderzegels voor.

Ishtar was net als haar Griekse collega Artemis een godin van de jacht. Vaak afgebeeld met pijl en boog. Op haar hoofd droeg ze vaak het Venusteken: de sikkel. Ook wordt in haar nabijheid vaak een ster afgebeeld.

De kunst van het nieuw-Assyrisch rijk (883-612) bestond uit enorme paleizen met ornamentele sculpturen in architectonische verhoudingen in Ninevé, Kalach, Dur Sjarrukin en Assur (jacht-, oorlogs- en cultustaferelen vormen beeldverhalen op reliëfs).

Tiglat-Pileser III sticht het Assyrische wereldrijk. Sanherib onderwerpt Juda in 701.

Van 625- 539 krijg je het nieuw-Babylonisch rijk. Onder Nebukadnesar II worden de joden gedeporteerd naar Babylon. Koning in Babel in de laatste tien jaar was Balshazzar.

In 539 verovert Cyrus II, de koning van Perzië (ook wel: Ahasveros), het Babylonische rijk. Dan breekt in Mesopotamië de Perzische periode aan. Het klimaat in het rijk wordt dan heel wat humaner dan in de voorgaande wrede Assyrisch/Babylonische tijden.

 

Als Alexander de Grote in 323 overlijdt,  spreekt men van (het begin van) de Hellenistische periode in Mesopotamië.

Iran, Mesopotamië en Klein Azie vallen in de daaropvolgende eeuw ten prooi aan de Parthen, een volk uit het huidige Turkmenistan. Het zijn de Romeinen, die de Parthen weer zullen onderwerpen.

 

Godentrio uit Syrie: 1e eeuw BC: links de maangod Aglibol met sikkel achter zijn hoofd.

 

Egypte

Ook de Egyptische Isis droeg hoorns, van de aan haar gewijde koe. Haar cultus beperkte zich niet tot Egypte, maar kwam ook veel in Italië voor. De cultus hield nog lang stand tegen het christendom en verdween pas geleidelijk gedurende de 5e en 6e eeuw.

 

Artemis van Efesus, gezien door Romeinse ogen, met maansikkel op de borst en daaronder vele borsten

Griekenland: Demeter

Herodotus vereenzelvigde Isis met Demeter. Demeter heeft een dochter Afrodite. Zij is boos op Zeus, dat hij toeliet dat haar dochter Afrodite door Hades werd geschaakt en in de onderwereld moest wonen.

Eenderde van de tijd van het jaar verblijft haar dochter in de onderwereld.

Dan laat Demeter het land verkommeren en ze laat pas fris nieuw groen verschijnen, zodra haar dochter weer boven komt en bij haar mag zijn.

 

De koe is aan haar gewijd en als attribuut draagt zij een toorts, die kenmerkend is voor Venus-godinnen.

 

Selene en Artemis

De Grieken kenden aanvankelijk een maangodin Selene. Later werden haar rituelen en symboliek overgedragen op Artemis.

De vermoedelijke oorsprong van Artemis ligt in de cultus van Ephesus, waar ze werd vereerd als de grote moedergodin. Van oorsprong was Artemis geen maagd, maar een vrouw met vele borsten.

Pas later werd ze een maagdelijke godin van de jacht, degene die hielp bij de geboorte van kinderen en hen beschermde in hun kindertijd. Artemis wordt uitgebeeld in een korte tuniek met sandalen en een bundel pijlen op haar rug. Ze wordt met verschillende dieren geassocieerd: de beer, de ever, het hert, de geit en een roedel honden.

Haar attributen zijn een boog met pijlen, die ze gebruikt om mensen te doden of juist te beschermen.

Als symbool draagt ze soms de maan- (venus-?) sikkel op haar hoofd.

Demeterbeeld in het Arch. museum van Napels

de godin Diana, schitterend weergegeven in Romeins tableau, met duidelijke maansikkel.

 

Het Romeinse rijk

 

Bij de Romeinen vereerde men aanvankelijk Luna. Maar ook daar werd Diana zo belangrijk, dat de cultus van Luna binnenschoof in de cultus van Diana.

 

Diana, weergegeven op munt van keizer Caligula