Levensboom

 

Om het fenomeen van de levensboom een beetje te begrijpen, is nog al wat uitleg nodig. Dr A. Roes schreef in 1946 een alleraardigst boekje, getiteld:  Symbolen uit het oude oosten. Hij levert mij het feitenmateriaal, wat ik met eigen woorden probeer weer te geven en aan te vullen. Andere bronnen zijn stukjes van diverse internetsites. Ik hoop dit met latere bronnen nog eens te verbeteren.

 

Er zijn argumenten die ervoor pleiten dat we de herkomst van sommige symbolen heel ver terug kunnen volgen tot in de nevelen van de prehistorie. Ooit waren er 3 grote beschavingsgebieden in het Midden Oosten:

  1. Egypte
  2. De Iraanse hoogvlakte
  3. Het land van Mesopotamië

Sommige symbolen vinden hun oorsprong in de Perzische rijken in Iran, andere juist in de Sumerische, Babylonische en Assyrische rijken van Mesopotamië. De invloed van Egyptische symboliek is minder groot. Deze wordt pas merkbaar als de Romeinen interesse krijgen in Egypte.

Een belangrijke bron om iets van symbolen te leren kennen zijn de cylinderzegels, die opgegraven zijn in Iran en Irak. Dit zijn kleine (2-6 cm) cylindervormige stenen, waarin in relief een mini-voorstelling is uitgehouwen. Door deze cylinders over natte klei te rollen, komt de afdruk ervan in de klei te staan. Is de klei opgedroogd, dan blijft de voorstelling van het zegel intact tot het verbroken wordt. Cylinderzegels blijven populair vanaf 4000 jaar BC tot het begin van de jaartelling.

Aangezien ik nog lang niet overal echte foto's van de cylinder-afdrukken heb, moeten we genoegen nemen met tekeningen van de afdrukken.

 

Het is een groot wonder dat er nog een muurschildering bewaard is uit de tijd van koning Zimri-Lim (1778-1758 BC), een tijdgenoot van koning Hammurabi, in het oude Mari aan de Eufraat.

We zien twee soorten bomen: een loofboom en een dadelpalm. Er wordt wel geopperd dat een dergelijk beeld ten grondslag heeft gelegen aan het paradijsverhaal van Adam en Eva. Helemaal rechts staat een godin. Twee mannen klimmen in de dadelboom. De twee bovenste fabeldieren hebben gevleugelde leeuwenlijven (cherubim), de onderste zou van een stier zijn zonder vleugels.

Binnen de lijst op de bovenverdieping staat de godin Ishtar (Inanna) met een voet op een leeuw. Een van haar Sumerische bijnamen is nin-edin, wat betekent: Vrouwe van Edin. Haar man heet Dumuzi en is de Heer van Edin.

Er is een mythe bekend waarin Nin-edin afdaalt naar de aarde om van allerlei bomen te eten om kennis en inzicht te verkrijgen, met name seksuele kennis, om haar huwelijkse plichten met Dumuzi te kunnen vervullen.

 

Muurschildering in paleis Zimri-Lim ca 1765 BC te Mari (a.s. Eufraat):

uit W. Culican The first merchant venturers 1966

 

Muurschildering in paleis Zimri-Lim ca 1765 BC te Mari (a.s. Eufraat):

uit: J. Black and A. Green: Gods, Demons and symbols 

 

 

Geleidevogels, bokken, griffioenen en 

 

Merklap uit 1638 uit het museum van Kontich

 

De boom met aan weerszijden een vogel of een bok of een cherub

 

Dit is een van de eerste Oosterse motieven, die we in Europa aantreffen. Waarschijnlijk komt dit doordat het in zijn eenvoud grote zeggingskracht had en tegelijk voldeed als versiering.

Dat die boom niet zo maar een gewone boom is, dat begrijpt iedereen. Maar wat hij in de opeenvolgende culturen voor waardering en betekenis had, kunnen we niet zo makkelijk te weten komen. Er is geen oude tekst die ons uitleg geeft en er bestaat een enorm grote verscheidenheid in.

In veel animistische culturen van overal over de wereld komen wel boommotieven voor. We gaan op zoek naar de wortels van onze levensboom.

 

Cylinderzegel uit Mesopotamië: bokken flankeren boom

Foto boven: Diana Wolkstein & Samuel Noah Kramer. Inanna Queen of Heaven and Earth, Her Stories and Hymns From Sumer. New York. Harper & Row. 1983)

 

De levensboom in de joods-christelijke traditie

Voor ons nog het dichtst bij huis is de bijbelse betekenis van het boommotief. Het komt voor in het paradijsverhaal in het begin van de Bijbel. Er is dan sprake van twee bovennatuurlijke bomen: de levensboom, waarvan vruchten onsterfelijkheid verlenen en de boom van de kennis van goed & kwaad, waarvan de verboden vrucht de zondeval tot gevolg had.

Het mythische verhaal wil een verklaring geven voor het feit, dat mensen het verschil tussen goed en kwaad kennen en niet in staat blijken te zijn om enkel het goede te doen.

Adam en Eva leefden aanvankelijk in het paradijs en mochten van de levensboom net zoveel eten als ze wilden, maar eten van de andere boom werd hen verboden. Toen ze dat wel deden, was het gedaan met hun paradijselijk leventje. Nadat ze uit het paradijs gekwakt waren, was sterfelijkheid hun deel. Ze konden niet meer bij de vruchten van de levensboom.

 

Nieuw Assyrisch rijk: 9e eeuw BC. Heilige boom, geflankeerd door goddelijke gevleugelde wezens (= cherubs)

 

De eerste van deze twee, de levensboom wordt verderop in de bijbel nog een paar keer genoemd. In het boek Spreuken: “de wijsheid is als de levensboom voor wie haar aangrijpen.”

Later kreeg deze boom ook nog een rol in het hiernamaals: in het laatste bijbelboek Openbaringen staat: “De Geest zegt tot de gemeenten: Die overwint, hem zal ik te eten geven van de levensboom, die midden in het Paradijs van God staat.”

De boom van de kennis van goed & kwaad wordt (op die ene plaats na) nergens verder in de Bijbel meer genoemd.

Hoe zijn deze twee bomen in de Bijbel terechtgekomen? We weten immers dat de oude Genesis-mythen in vergelijkbare vorm ook in de veel oudere culturen van Mesopothamie en Perzie moeten hebben gecirculeerd. De joden hebben ze leren kennen door hun contacten met die oudere culturen ten tijde van hun ballingschap (ca 500 BC).

De levensboom in Mesopotamië en Iran

 

De levensboom komt ook in veel Oosterse mythen voor. In het Oosten eten alleen de goden van de boom en behouden daardoor hun onsterfelijkheid.

In de literatuur van Mesopotamie komen we een boom van het Licht tegen, die staat aan het uiteinde van de wereld, daar, waar de zon opgaat. In de Assyrische kunst wordt deze zonneboom vaak afgebeeld doordat men een gevleugelde zon plaatst boven de top de van boom. 

 

Dan was er in het oude Iran  een levensboom bekend, die zaad droeg van alle bestaande planten; hij was de instandhouder van het plantenleven op aarde. De zaden werden, zo vertelt men, door een vogel weggedragen en rondgestrooid.  Misschien is dit de verklaring voor de twee flankerende begeleidingsvogeltjes.

 

ermenging van ideeën

Omdat de Bijbel een paar keer spreekt over de levensboom, is dit de naam waarmee de gestyleerde boom in de kunst van Voor-Azië wordt aangeduid, hoewel in veel gevallen misschien “boom van licht” juister zou zijn (Roes’46). Maar waarschijnlijk kruisten die verschillende opvattingen over de boom elkaar al in de oudheid, en dus is het mogelijk dat de gedachte van de levensboom soms al verbonden was met de boom, waaruit de gevleugelde zon omhoog steeg om de aarde licht en leven te brengen.

 

In Egypte zien we sfinxen als begeleiders optreden

 

Flankerende figuren

Doordat we het boommotief zo vaak tegenkomen in oude afbeeldingen, mogen we aannemen dat aan deze boom/bomen een belangrijke plaats werd gegeven in het religieuze denken in de oudheid. Vaak zien we de boom geflankeerd door 2 figuren, hetzij dieren (cherubs of anderszins, ofwel mensen. Genesis spreekt van 2 cherubs, die de levensboom bewaken, en de ingewijde ziet meteen de zwaar beklede viervleugelige gestalten voor zich, die in de Assyrische kunst zo vaak de fantastisch gestyleerde boom flankeren. Ook is er sprake van 2 cherubs op het deksel van de Verbondsark in de tempel.

Hun functie is overduidelijk bescherming bieden maar wat doen dan de vogels en de bokken en de stieren, die ook naast de boom voorkomen?

Dit blijft nog  de vraag.

 

Hoe zijn ze hier beland?

Wat in onze volkskunst bewaard is gebleven, zijn de twee flankerende vogeltjes. Dit is van alle begeleidende dieren het meest succesvolle motief geweest, dat tot in onze tijd in gebruik is gebleven.

Aan de gietijzeren kandelaar, waarvan hierboven een foto te zien is, wordt apart aandacht besteed onder de knop aan de zijkant van de site: Oorsprong kandelaar?

Op wat we aan kunst over hebben uit de verre oudheid van Voor-Azië komt het niet vaak voor, maar misschien zouden we een heel ander beeld gekregen hebben als we nog wat meer over hadden gehouden van het oude weefwerk.

 

Nu weten we dat het motief van de 2 vogeltjes al bekend was in het oudste Susa (in Iran) en uit veel later tijd is het nog opnieuw in Susa gevonden, zodat we mogen aannemen dat het daar door de eeuwen heen in ere is gehouden.

 

Ook in Mesopotamië wordt het al aangetroffen in de prehistorische tijd.

 

Uit het begin van de ijzertijd, zijn voorbeelden bekend van aardewerk op Cyprus en op dat van Apulië in Italië. Het is dus heel goed mogelijk dat het al in die tijd of daarvoor zelfs al ingang heeft gevonden in Europa. (Dit moet nog verder uitgezocht).

                

koninklijke cartouche met motief van de boom met flankerende bokken

Egypte

 Maar ook in Egypte is een mythische boom niet onbekend. Er is een voorbeeld dat de boom binnen een koninklijke cartouche voorkomt. Juist de knabbelende bokken maken het zo duidelijk dat het hier niet om een gewone boom gaat. 

Helaas is mij van deze symbolen uit Egypte geen ouderdom bekend, maar ze zijn van ver voor het begin van onze jaartelling. In Egypte ( en later ook in Griekenland) is de sfinx een geregeld voorkomend fabeldier. Een sfinx is een dier met een leeuwenlijf en een mensenhoofd. Maar of in de tekening hierboven de beide sfinxen iets flankeren wat nog aan een levensboom zou moeten herinneren, is moeilijk te zeggen. 

 

Egypte: bok bij boom

Amsterdamse gevelsteen met een knabbelende bok aan een boom

Amsterdam

Toch wel heel apart is het om in Amsterdam dan plotseling ook weer een gevelsteen te zien opduiken met hetzelfde oude motief: een bok knabbelend aan een boom. Deze gevelsteen is nu ingemetseld in de muur van het A'dams Historisch Museum.

En geleidevogeltjes zijn er oo kte zien op een Byzamtijnse kandelaar.

 

Byzantijnse kandelaar