Haan

 

 

 

Zaandijk: haan in kunstig gesneden bovenlicht

 

Haan als windwijzer te Hasselt (Ov)

 

De Haan

 Het allerbest kennen we de torenhaan. We mogen aannemen dat dit teken op een hoge paal al uit de voorchristelijke tijd stamt. Bij de Germanen stond de haan aan de voet van de regenboogbrug te kraaien. Wie het pad over de regenboogbrug zou volgen, komt in het verblijf der goden. De haan gold als de bewaker daarvan. Hij werd met ontzag behandeld.

 

De haan als wekker

 

Wekker en vruchtbaarheidssymbool De haan was al overbekend bij alle volken als wekker. Als de zonnestralen boven de horizon verschijnen laat hij zijn gekraai horen. 

In de grot van Lascaux treffen we een vogel op een stok aan, wat ons wel erg doet denken aan het symbool van de torenhaan. De tekeningen in de grot zijn van mogelijk 10.000 jaar geleden of zelfs nog ouder.

 

Lascaux, 10000 jaar geleden, vogel (haan?) op stok

 

In de christelijke traditie kreeg de haan eveneens een bewakende functie. Had de haan niet gekraaid toen Petrus zijn Heiland 3 maal verloochend had? De torenhaan moest de mensen er aan herinneren dat ze altijd tekort schoten in de navolging van Christus.

 

Dit minder prettige gevoel dat de haan opriep werd gecompenseerd door een andere christelijke symboliek: nl. door zijn opvallende ochtendgedrag werd de haan tot het symbool van de opstanding. De Haan werd daarmee ook tot een Paassymbool.

Op de palmpaasstokken, die op oude Germaanse traditie teruggaan, werd ook heel vaak een haantje gestoken. Dan had hij met de vruchtbaarheid te maken.

 

Misschien toch dat haantjesgedrag en zijn behoefte om vaak te copuleren met de wijfjes van zijn gevolg. Wat hem tot een vroeg vruchtbaarheidssymbool had gemaakt bij primitieve volken.

 

Demonenverjager

Bij de oude Grieken hoorde de haan bij de stralende Apollo. Hij joeg de demonen van de nacht weg. Het is goed mogelijk dat de christenen, die christen moesten worden nadat Constantijn er een staatsgodsdienst van had gemaakt, hun oude heilige objecten niet gemakkelijk opgaven en dat er al vroeg een synthese kwam tussen het oude en het nieuwe geloof.

 

Windhaan

Ook in ons land werden al in de 10e eeuw al hanen op de torens gezet als windhaan. In vroeger tijd was het om tal van ambachtelijke en andere redenen (veel vervoer over water) belangrijk om met de wind rekening te houden.Er zal vast vaker naar gekeken zijn dan tegenwoordig.

 

Pluto en Proserpina

Maar de haan is naast zijn waakzaamheid ook gezien als een dier dat in het teken staat van de vruchtbaarheid. Zo zien we hem in de oudheid al zich onder de stoel van Proserpina schuil houden, in afwachting van de komende lente als Pluto zijn gemalin weer naar boven naar de wereld laat gaan, zodat de aarde vrucht kan dragen. Dan is Proserpina's moeder Ceres weer zo blij dat ze haar dochter weer voor 6 maanden bij zich heeft dat ze de gewassen weer volop laat groeien.

 

Pluto en Proserpina, godenechtpaar van de onderwereld

 

Als attribuut duikt hij trouwens bij meer goden op:

 De balzakjes van de haan werden door apothekers verkocht want het zou een lustopwekkende werking hebben en het vergrootte de kans dat het een jongen zou worden.

Bij ons was het vroeger net als nu nog in China. Aan een jongen had je meer dan aan een meisje. Die mocht sociaal gezien veel meer en was beter berekend op het zwaardere werk. De aanwezigheid van een haan zou de bevalling verlichten.  

Net als de bok werd ook de haan in de Middeleeuwen een symbool van (mannelijke) wellust. In die symboolfunctie zien we bij de oude Hollandse Meesters ook nog al eens een haan, die dan aandacht moet vestigen op vruchtbaarheid en wellust. 

Dit zal vast wel hebben samengehangen met het feit dat de haan een hanig macho dier is en parmantig loopt rond te stappen tussen zijn kippen. En dan heeft de vuurrode kam hem ook nog de symboliek van vuur en zon bezorgd. Brand heet ook wel de rode haan.

 

Middelburg: gevelsteen: in den engelsche krayer

 

Steenwijk: zo te zien geen haan maar een kip op de nok

 

Op zoek

 Tot op heden nog maar één bovenlicht met een haan (zie geheel boven), maar er zullen er vast ergens nog wel meer zijn. Die vinden we nog wel.