Metseltekens Antwerpen 2.3-7

 

Laakdal-Vorst, Geel, Kasterlee-Tielen en Dessel

 

Laakdal-Vorst: St. Gertrudiskerk

De gotische kerk ligt net buiten de dorpskom van Vorst-Centrum. Het koor en de kruisbeuk dateren uit ca. 1480. Het interieur kreeg een barokuitzicht met schilderijen van o.a. Erasmus II Quellin.

Indrukwekkend is vooral de 50 m hoge 15de eeuwse toren in baksteen en witte en bruine natuursteen, met zes geledingen. Op het omringende kerkhof bevindt zich de St.-Gertrudisput ,waarvan het water gebruikt werd als geneesmiddel tegen het Gertrudiszeer, een huidziekte (eczeem) rond de mond.

 

Laakdal-Vorst: St. Gertrudiskerk

 

De toren die eruit ziet als gemaakt van indische spekkoek, domineert op schitterende wijze de omgeving.

 Van de afwijkend gebakken ( en daardoor kops geglazuurde) steen is een regelmatig versierend patroon aangebracht in de muur van het schip van de kerk. 

 

Laakdal-Vorst: St. Gertrudiskerk

 

Laakdal-Vorst: St. Gertrudiskerk

 

Geel

 Geel: een stad in de provincie Antwerpen met een aangename provinciale uitstraling. Twee panden met metseltekens mogen aandacht krijgen. Architecten menen dat ze alles kunnen uithalen met een historisch pand, maar het is toch geen kijk. 

Geel: historisch woonpand

 

Links een hart: rechts mogelijk een hart, verbonden met een ruit.

 

Geel: woonpand; linkerzijde

Zie foto hieronder": van boven naar beneden: 2 ruitenslingers naast het bovenste venster. Dan 3 harten op rij. Daaronder nog vaag een relict van een jaartal ( 1 -- 4).

 

Geel: woonpand; rechterzijde

 

Geel: Gasthuishoeve

 Nogmaals in Geel een pand, en helaas, het metselteken is niet meer goed te ontcijferen. Wel het jaartal op de voorgevel, maar niet wat er bedoeld is op de zijgevel.

De zijgevel zit er vol mee, maar je kunt er praktisch niks van maken.Het lijkt op het ornament, dat te zien is op de buitenmuur van het Muiderslot in Nederland. 

 

Geel: brasserie gasthuishoeve

 

Geel: brasserie gasthuishoeve

 

Geel: brasserie gasthuishoeve

 

Kasterlee-Tielen

De kerk is gewijd aan Sint Margaretha. Margaretha van Antiochië (Sint-Margriet) († ca. 305) is een heilige en martelares van de Rooms-katholieke Kerk. In de Anglicaanse Kerk wordt zij ook vereerd. Ze is bekend onder de Veertien Heilige Helpers omdat ze helpt bij ziekte of aandoeningen.
Sint-Margriet is de patrones van voedsters, verpleegsters, vroedvrouwen en nierpatiënten. Zij werd aangeroepen bij barensweeën en zwangerschap, onvruchtbaarheid, bij het gebrek aan voedermelk, krampen en borstkwalen.

 

Op de toren is met enige moeite een hart te ontdekken, precies boven de klok.

 

 

 

Levensverhaal van Sint Margriet 

Volgens die overlevering is zij geboren in Antiochië, de hoofdstad van Pisidië in de derde eeuw als dochter van de heidense tempelpriester Aedesius. De streek in West-Azië maakte deel uit van het Romeinse Rijk. Haar vader minachtte ze om haar christelijk geloof.
Margaretha leefde op het land als herderin. Toen de stadsprefect Olybrius haar een huwelijksaanzoek deed, op voorwaarde dat ze haar geloof zou afzweren, weigerde ze. Daarop werd ze gevangengezet en gemarteld.
Dan volgen een aantal wonderbaarlijke gebeurtenissen. De bekendste is dat satan ze verorberde in de gedaante van een draak. Margaretha ontsnapte levend. Uiteindelijk werd ze ter dood gebracht.
 

 

Kasterlee-Tielen: kapel

 De Onze-Lieve-Vrouw-van-Bijstandkapel ligt aan de Prijstraat in Tielen (Kasterlee). Al in de 14de eeuw bestond op deze plaats een drukke Mariaverering aan een staak- of boomkapelletje.

Volgens 19de-eeuwse bronnen zou op deze plaats reeds in de 14de eeuw een staakkapelletje met miraculeus Mariabeeld hebben gestaan; in 1636 zou het vervangen zijn door een kapel van leem en stro, opgericht uit dankbaarheid door de toenmalige pastoor Geerinckx; in 1640 werd de lemen constructie vervangen door een stenen; in 1664 tenslotte werd de huidige kapel opgetrokken.

De kapel werd in 1977 beschermd als monument.

Kasterlee-Tielen: Kapel van OLV v.d. Bijstand

 

Hoe beschrijft monumentenzorg dit pand?

Traveeën geritmeerd door steunberen met X-ankers. Gedecapeerde westelijke tuitgevel gemarkeerd door muurvlechtingen aan dak en schouderstukken; rechthoekige deur met rechts rechthoekig luik in zandstenen omlijsting.

Voorts korfboogvensters in vlakke, bepleisterde omlijsting, gedicht in het koor.Duidelijk? Hieronder: het jaartal in de voorgevel. Op foto boven een klein wit latijns kruisje boven een rond venster.

 

Kasterlee-Tielen: Kapel van OLV v.d. Bijstand

 

Op de foto hieronder een paar onduidelijke tekens.

Links een kalvariekruis en rechts een kleine ruit, half doorsneden door een later ingebracht venster.Links en rechts van de ruit wordt het onduidelijk. Als links een I en rechts een S is, kan het slaan op Iesus Salvator. Maar de I is niet zonneklaar een I. Een latijns kruis hoort ook tot de mogelijkheden.

 

Kasterlee-Tielen: Kapel van OLV v.d. Bijstand

 

Kasterlee-Tielen: Kapel van OLV v.d. Bijstand

 

Dessel

 De oudste delen van de Sint Niklaaskerk van Dessel, het koor en de buitenmuren, dateren van 1480. Maar de oudste sporen van een gebedshuis dateren al van 1224. In dat jaar wordt Mattheus van der Haegen als kapelaan-koster vermeld, wat doet vermoeden dat er toen hier een kapel stond. De groei van de bevolking en de verre afstand tussen Dessel en de kerk van Mol deden de vraag naar een eigen zelfstandige parochie groeien. De kerkelijke overheid had wel oren naar deze vraag, vooral omdat in de winter de afstand tussen Dessel en Mol moeilijk te overbruggen was. De voorwaarde was echter wel dat de inwoners van Dessel bekwaam waren om een priester te onderhouden. In 1271 werd hierover een akkoord bereikt en kan Dessel als een zelfstandige parochie beschouwd worden. In 1863-1864 onderging de kerk een ruime vergroting.
In 1944 werd de kerk tijdens de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd.

 

In de middeleeuwen vormden de dorpen Mol Balen en Dessel één voogdij, die eigendom was van het benedictijnenklooster van Corbie, een stadje niet ver van Amiens in Picardië. Omwille van de verre afstand tussen de abdij en haar goederen in de Kempen werden Mol, Balen en Dessel in de naam van de abdij bestuurd door een voogd, vandaar de benaming voogdij.
In de Schepenbank, het belangrijkste rechterlijk en bestuurlijk orgaan van de voogdij, hadden de inwoners van Dessel slechts één vertegenwoordiger. De plaatselijke voogden en de hertog van Brabant ondermijnden echter al vlug de invloed en de macht van Corbie.
In 1559 besluit de abdij de voogdij Mol, Balen, Dessel te verkopen. Vanaf dan wordt zij bestuurd door Heren. De eerste in de rij was Godfried van Bocholt. Het wapenschild van Alexander-Balthazar Roelants die de heerlijke rechten in 1666 kocht, werd in 1965 ook het officiële gemeentewapen van Dessel. Met de Franse revolutie verdwenen de feodale structuren en viel de voogdij uit mekaar in drie afzonderlijke gemeenten. 

 

Dessel

 

Dit metselteken in Dessel is toch weer bijzonder. Het vormt de combinatie van de vuurslag en het afweerteken. In die zin is het zonneklaar een afweerteken tegen blikseminslag.

 

Dessel