Griekse tempels voor overheid, kerk en adel

 

Het bepleisteren van bakstenen gevels kwam in de 2e helft van de 18e eeuw meer en meer voor. Zo kon een gevel op een goedkope manier toch op natuursteen lijken (hoe Hollands!). Hierdoor konden ook de net iets minder gefortuneerden toch meedoen met de heersende gevelmode.

 

De vele verbouwingen aan oude panden die goed in de baksteen te zien waren, konden zo mooi aan het oog worden onttrokken. In de 19e eeuw wordt dit zelfs aangemoedigd door de overheid om meer uniformiteit te krijgen in de stedelijke bebouwing. De monumentale trapgevels worden daarbij massaal vervangen door rechte kroonlijsten. Ook het bepleisteren van de gevels blijft bijna de hele eeuw nog doorgaan en begint te stoppen rond 1880.

 

Afgekeken van de Grieken is ook het van het van de gevel vooruitstekende tempelfront. Speciaal voor de belangrijke gebouwen van de stad (b.v. het Groningse stadhuis, versoberd uitgevoerd naar een ontwerp van Jacob Otten Husly uit 1774, voltooid in 1810). De afwisseling tussen de natuurstenen pilasters en pilaren en de bakstenen traveeën geeft het gebouw een haast vrolijk aanzien.

 

Groningen: stadhuis, ontworpen door Husly

 

De Nederlandse economie raakt aan het eind van de 18e eeuw in het slop. De Franse revolutie van 1789 mist ook zijn uitwerking in de Nederlanden niet. Stadhouder Willem de V moet zijn biezen pakken (1795) en de Fransen worden binnengehaald door de partij van de patriotten. Onze handel heeft ernstig te lijden onder de bezetting en in 1799 grijpt Napoleon in Frankrijk de macht. In 1806 benoemt hij zijn broer Lodewijk Napoleon tot Koning van de Nederlanden. 

 De bouwactiviteiten komen hier vrijwel stil te liggen en dit zal voortduren tot ca. 1850 voor er echt weer leven in de 'bouwerij' komt.Lodewijk Napoleon laat in het stadhuis van Amsterdam, dat hij als koninklijk paleis in gebruik heeft genomen, verbouwingen in Empirestijl doorvoeren. Wel wordt in Brussel nog de Muntschouwburg gebouwd (1819). 

In de steden woont men nog voornamelijk binnen de stadswallen en ook in de tijd van koning Willem I komt er aan nieuwbouw dus nog niet veel bij. Wat er al in die tijd gebouwd werd, heeft een sterk grieks-classicistische inslag. 

Een bekend gebouw uit deze 1e helft van de 19e eeuw is: de Mozes en Aaronkerk in Amsterdam. 

Aangezien sinds de Franse tijd het gedoogbeleid van schuilkerken voor de niet-protestantse religies plaats maakt voor godsdienstvrijheid, zijn de katholieken na de Franse tijd vrij in het houden van hun kerkdiensten en krijgen zij hun kerken vaak terug op plaatsen waar zij verreweg in de meerderheid zijn. 

De Mozes en Aaronkerk is een van de eerste kerken die speciaal voor de katholieke eredienst gebouwd werd. Ook hier een vooruitspringend tempelfront met vrijstaande pilaren. Op last van de Amsterdamse gemeentelijke bouwverordening mag de zuilenportiek niet volgens het ontwerp worden uitgevoerd en moet het naar voren uitstekende deel bekort worden. 

 

Mozes en Aaronkerk te Amsterdam (gebouwd: 1837-1841)

 

De bouw van de kerken viel vanaf 1824 onder het toezicht van het Ministerie van Waterstaat. Het worden dan ook wel waterstaatskerken genoemd. Vaak hadden de ingenieurs van het ministerie ook de hand in de ontwerpen. Door hen werd meestal een sobere classicistische stijl toegepast. Leidschendam kent b.v. zo'n typische waterstaatskerk.

 Het interieur van de Mozes en Aaronkerk werd verrijkt met een barok hoofdaltaarfront uit ca. 1700 dat in de voormalige schuilkerk dienst had gedaan. 

 

Interieur van de Mozes en Aaronkerk te Amsterdam

 

Leidschendam

Onder koning Willem ! is er dus veel gedaan aan kerkenbouw. 

De vorm van de kerken kan nog wel erg verschillen afhankelijk van de architect en geloofsrichting. Een ronde kerk past bij de protestantse eredienst.

 

Waterstaatskerk van Leidschendam bij de brug over de Vliet

 

Stadhuis Utrecht

 

Huis Barnaart te Haarlem

Enkele verder bijzondere gebouwen uit het begin van de 19e eeuw:

 1824 Gevel van het stadhuis van Utrecht 

Architect Abraham van der Hart:1804-1807:

Huis Barnaart, Nieuwe Gracht 7 te Haarlem. 

Jan de Greef: Verbouwing paleis Noordeinde.

Hij zorgde voor een bepleistering die nu bij de laatste restauratie weer verdwenen is.