De tijd van Lodewijk XVI

 

Terug naar de klassieken

 Feitelijk heeft de Rococo slechts één generatie geduurd. Rond 1770 was het plotseling weer gedaan met die wilde uitspattingen en wilde men terug naar de strakke klassieke vormgeving. Door de vondsten die werden gedaan bij de opgravingen van Pompeï en Herculaneum kwam er namelijk opnieuw een grote vernieuwde belangstelling voor de klassieke oudheid. 

Domineerde bij de Renaissance vooral de Romeinse oudheid, nu gaat ook de Griekse oudheid sterk meetellen. Men wilde terug naar de puurheid en eenvoud van de zuivere oorspronkelijke Griekse en (later) ook Egyptische bouwstijl (Empire).In de parken verschijnen zelfs Griekse ruines. 

De stijl, die we nu kennen als Lod. XVI, heeft een grotere elegantie, is strakker in vormen en we zien dat de klassieke zuil-orden weer volop worden toegepast.Onder deze zuil-orden verstaat men: de Dorische, Ionische, Korinthische en de samengestelde orde. 

De ornamenten worden weer geheel symmetrisch. Aan de gevels en in de vertrekken vallen motieven op zoals: pilasters, vazen, de driehoekige frontons, kransen en smalle festoenen.

 

Leiden: Lod.XVI-entree

 

Aangezien er niet zo veel nieuw gebouwd werd, werden de Lod. XVI-ornamenten voornamelijk toegepast in de reeds bestaande rijke patriciershuizen. Dit geldt ook voor de bovenlichten uit die tijd. Ook die zijn vaak aangebracht in huizen, die al uit een eerdere periode stammen. Maar wie in de oudere binnensteden rondloopt, zal toch ook wel wat typische Lod. XVI-panden kunnen vinden.

 

Utrecht: Bovenlichtomlijsting met typische Lod XVI-kenmerken

 

Enkele bekende Lod. XVI gebouwen zijn: het stadhuis van Breda en het stadhuis van Brielle, de Korenbeurs van Schiedam, Paviljoen Welgelegen in Haarlem, het Maagdenhuis in Amsterdam, Huis Hodson (Spaarne 17) te Haarlem.

 

Schiedam: Korenbeurs (1787-'92) naar ontwerp van Giovanni Giudici

 

Het stadhuis van Weesp, het schitterende pand Felix Meritis te Amsterdam en het stadhuis van Groningen (zie volgende pagina) zijn van eenzelfde architect: Jacob Otten Husly.

 

Amsterdam: Felix meritis, gebouwd in 1788

 

Rond de eeuwwisseling van 1800 was de mogelijkheid om groter vlakglas te maken al zo ver voortgeschreden dat 1 middenroede per kozijn al volstond. Afhankelijk van de hoogte van de ramen konden dan 3, 4 of soms 5 ruiten boven elkaar geplaatst worden aan weerszijden van deze brede middenroede.

  In de Zaanstreek werden in deze tijd nog volop houten huizen gebouwd. Er woonden al vanoudsher veel houtbewerkers, die hun brood verdienden in de scheepsbouw en de molenbouw.

Onder hen waren er velen die de kunst van het houtsnijden subliem verstonden. Nog steeds kunnen we mooie staaltjes van het oude ambacht in deze NoordHollandse kontreien bewonderen.

Mooi is op onderstaande foto te zien hoe de halsgevel nog herkenbaar aanwezig is in deze klokgevel.

 

Krommenie in de Zaanstreek: Lod. XVI-gevel

 

Verdere bijzondere gebouwen in deze periode:

 

Architect Jacob Otten Husley:

1772: stadhuis te Weesp

1774: ontwerp voor stadhuis te Groningen.

 

Architecten Triqueti en J-B. Dubois:

1785-89  Paviljoen Welgelegen te Haarlem.

 

Architect Leendert Viervant:

1785-1787 Teijlershof in Haarlem