Bouwen met baksteen

 

Het formaat van de bakstenen is sinds de 12e eeuw steeds kleiner geworden. Eerst had je de grote kloostermoppen. Aan het eind van de16e eeuw kreeg je al de kleine gele ijsselsteentjes. Maar de meeste huizen waren toen nog van hout. 

 

De stad in brand

Deze houten huizen waren uiterst brandgevaarlijk. De houten planken werden namelijk ook nog eens met pek bestreken, zoals je schepen teert. In de woningen werd bij open haardvuur gekookt en wanneer er ook nog drankmisbruik in het spel was, dan laat het zich raden dat er geregeld brand uitbrak, waarbij, als er flink wat wind stond, soms halve of zelfs hele steden in vlammen opgingen. Bijna elke stad (en ook dorpen) kan wel ‘bogen‘ op een of meer grote uitslaande branden, die een groot deel van de woningvoorraad in één klap wegvaagde.

 

De prenten hierboven en hieronder van een huis aan de Hofvijver in Den Haag laten met een tijdsverschil van ca 20 jaar zien hoe het hout door steen vervangen werd.

(Een ander verschil is de uitbreiding van het binnenhof, rechts van de poort, met 4 traveeën.)

 

Ziekten

Je was je leven en je goed in die tijd trouwens toch allerminst zeker. Zo zat je in een huis en zo zat je zonder. Soms kwam de pest overwaaien naar jouw stad, waardoor duizenden burgers ellendig stierven en dat had dan als gevolg dat er plotseling weer een overschot aan woningen was. Maar toch groeiden de steden en barsten van tijd tot tijd uit hun wallen.

 

Toename stenen panden 

Steen was stukken minder brandgevaarlijk en toen de rijkere burgers het zich rond 1400 ook gingen permitteren om in steen te wonen, vond dat geleidelijk meer navolging. Naarmate het aantal stenen huizen toenam, kregen deze huizenbezitters ook steeds meer stem in de stad.

Er werd geklaagd over de brandgevaarlijkheid van hun buren. De stedelijke overheden deden er van alles aan om de bouw van stenen huizen te bevorderen. Tevens stelden ze allerlei voorschriften en bepalingen op om het brandgevaar te verminderen. En de stenen huizen komen er. Ter illustratie (hierboven) alweer een gravure van het Singel in Amsterdam, maar nu ter hoogte van huidige bibliotheek van de UVA. Het middelste gebouw staat er nog steeds (tegenover de RK kerk 'De Krijtberg').

 

Overkragende houten huizen in Brugge

 

Van overkragend (bij hout) naar vooroverhellend (bij steen)

Toen er aanvankelijk in steen gebouwd ging worden, werd de bouwstijl van het houten huis gewoon overgenomen, zo goed en zo kwaad als dat ging.

Door met steen te werken, was het niet meer nodig om elke bovenliggende verdieping te laten overkragen, wat bij de houten huizen wel goed werkte om de houten voorgevel tegen verrotting te beschermen. Bovendien kon men op de hogere etages zodoende wat vloeroppervlak winnen, wat op de begane grond niet mogelijk was vanwege de vaak toch al smalle straatjes.

 

Vooroverhellende panden

Toch zien we veel oude stenen grachtenpanden vaak licht naar voren overhellen. Ze werden 'op de vlucht gebouwd', zoals dat officieel genoemd wordt. Daardoor pasten ze netjes in het straatprofiel van wat men gewend was bij houten huizen.

Maar de belangrijkste reden was misschien deze:

Doorgaans stond er al een houten huis, dat overkraagde per verdieping. Als een stenen gevel tegen dit houtskelet aangeplaatst werd, hoefden de bovenste delen van het houtskelet niet rigoureus te worden ingekort en kon men het vloeroppervlak behouden.

Maar er is ook een andere grond, die vaak genoemd wordt: het is ook een behoud van de kozijnen, die anders als gevolg van het regenwater sneller zouden wegrotten.

 

Zelf heb ik altijd het idee gehouden dat het ook om bijkomende praktische redenen werd gedaan, aangezien glasbreuk als gevolg van het slingerend op- of neertakelen van een last op een flinke kostenpost kwam te staan, wat verhoudingsgewijs toentertijd heel wat duurder was dan een ruit van tegenwoordig.

En wat dacht je hiervan: ik zie de Middeleeuwse vrouwen en meiden er wel voor aan, dat ze 's ochtends de inhoud van de pispotten boven uit het raam op straat kieperden. Door de gevel iets te laten hellen, waait de pis niet zo gauw tegen de ramen van de verdieping eronder. In die tijd waren de straten allesbehalve schoon en opgeruimd. Er lag overal mest in de toenmalige straten. Sint Athonies-varkens afkomstig van de kloosters mochten hun kostje op straat opschooien.

Ook als dit niet de hoofdreden was, dan was het toch ook wel mooi meegenomen.

 

Trapgevel

Aangezien ook een stenen gevelmuur bescherming tegen regenwater nodig had, kwam de trapgevel in zwang. Een slimme truc om met bakstenen toch enigszins die driehoek van het houten huis te benaderen. Als je kijkt naar zo’n stenen huis uit de vroegste tijd - dat is in gotische stijl – dan zie je dat er praktisch geen hout voor is gebruikt. De raamkozijnen zijn van steen en het dak kraagt niet over de voorgevel heen. Overigens bleef men voor de ondersteuning van daken en vloeren nog wel (eiken-)hout gebruiken. Ook een stenen huis was niet bij voorbaat onbrandbaar.

Kampen, statige middeleeuwse gevel in gotische stijl met veel glas oppervlak van klein glas-in-lood.

 

Natuursteen

Er werd trouwens niet alleen baksteen toegepast ,maar ook natuursteen. Dit werd op de belangrijke delen van de gevel ingezet, b.v. aan de bovenzijde van de muurdelen om de onderliggende muur droog te houden of rondom de vensters en op de hoeken.  De afwisseling van natuursteen en baksteen geeft zo’n gevel een bijzondere ornamentele waarde. Ook daar was men erg gevoelig voor: het moest er mooi uitzien.