Bovenlichten in soorten 2

 

Den Bosch

Bovenlicht te Den Bosch

 

Den Bosch

Hoe valt er te zeggen uit welke periode dit bovenlicht stamt?  Ik vind dat erg moeilijk te zeggen. Er bestaat altijd de kans, aangezien je de geschiedenis ervan niet kent, dat dit een nieuw bovenlicht is met gebruikmaking van oudere stijlkenmerken.

De stijlperiode waar hij het beste in past, aangenomen dat hij al een leven achter de rug heeft en ook al mist het een paar typerende kenmerken, is aanvang 19e eeuw: het tijdvak waarin de Lod XVI-stijl in ons land overgaat in Empire. Deze lijkt erg op de eerste van de vorige pagina (Den Haag).

De bovenste dieren zien eruit als gestyleerde zeepaardjes.

De onderste als een soort reptielen, die het midden houden tussen hagedissen en leguanen.

Maar ook al is de datering moeilijk, het blijft desalniettemin een schitterend stukje vakmanschap. Het is 1e klas houtsnijwerk van hoog niveau.

Het is te hopen dat steden als Den Haag en Den Bosch de waarde van deze culturele elementen in hun stad inzien en voor een goede bescherming zorgdragen.

 

Dokkum

Bovenlicht in Dokkum in Lod. XVI-stijl

 

Dokkum

Dokkum heeft een mooie oude binnenstad met veel gerestaureerde panden en nog al wat bovenlichten, die je elders niet ziet. 

Het is verleidelijk om te denken dat het een origineel is uit een oudere tijd (1e helft 19e eeuw of nog vlak daarvoor) maar hoogstwaarschijnlijk is het in de laatste eeuw opnieuw in een oudere Lod XVI-Empire stijl weer vormgegeven. Het zit nog niet extra dik in de verf, en dat maakt me wat extra achterdochtig. 

Hoe het ook zij: het ziet er fraai uit, dank zij het subtiele van de houtbewerking (complimenten aan de maker/maakster ervan): de dunne roeden geven een vlakverdeling, die nog wel wat aan een voorgaande Rococo-stijl doet denken, maar het is met het palmet in top en de symmetrische bladranken ook heel mooi in harmonie met de Lod. XVI-stijl.

De ranken zelf zijn niet typisch Lod XVI ( of daarvoor), dus zou het ook in de neo-classicistische 19e eeuw passen. 

Vergelijk ook het verloop van de krullen aan de basis met die van de latere gegoten levensbomen. We zien dan een soortgelijke krullende vertakking. Heb je bij het zien hiervan een duidelijk idee, meldt het in het gastenboek of mail mij rechtstreeks. 

 

Amsterdam

Amsterdam Keizersgracht 387: Huis De Ster"

 

Amsterdam

 We zien hier het schitterende pand dat de Ster genoemd wordt. Het heeft een verhoogde halsgevel geflankeerd door 2 oeil de boeufs (ronde raampjes).Architect is vermoedelijk Justus Vingboons geweest. 

Agneta Deutz, de stichteres van het Deutzhofje in Amsterdam heeft haar laatste jaren in dit huis gewoond. Zij overleed in 1692. Ze heeft het huidige bovenlicht van het pand niet gekend.Het was er ook nog niet toen Philip Jacobs zijn grachtenpandenserie tekende (1770). 

Bekijken we dit snijraam eens wat preciezer dan zien we 3 delen: de krans, de plant en de rijzende zon. Het snijraam vertoont hierbij een symbool, dat onevenredig vaak voorkomt in Amsterdam. Buiten Amsterdam is het veel sporadischer, terwijl je er in Amsterdam over struikelt:Ik doel hierbij op de ronde cirkel met de 4 pijlen. 

Iets meer uitleg kan ik inmiddels geven: De cirkel is afgeleid van de krans en soms zie je nog het nagebootste bladgroen van die ringvormige festoen op sommige oudere snijramen. De parellijst zoals hier volgt daarop. 

Dit motief van de krans ontstaat in de Lod XVI/Empirestijl en we kunnen veel van deze ramen, als de pijlen erbij komen, plaatsen in de eerste helft van de 19e eeuw.

Aangezien veel van deze ramen (net als deze) nog in hout zijn uitgevoerd zijn deze aan de gietijzerperiode (aanvang ca. 1850) voorafgegaan. 

Als dit snijraam nog stamt uit die periode (en niet later is nagemaakt) is het voor die tijd uitzonderlijk rijk vormgegeven. Een datering van iets voor of rond 1825 komt dan in the picture. Zo wordt een snijraam een soort mandala. Je kijkt ernaar en je ziet dat het zeggingskracht krijgt door de symbolen.  

We zien nog de herinnering aan acanthusbladeren (die al een soort levensboom beginnen te vormen), met onderin het motief van de rijzende zon. 

Over de betekenis die de Amsterdamse kooplieden gaven aan het symbool van krans en pijlen, ben ik niet helemaal zeker. Maar dit lijkt het meest logisch: Heel goed mogelijk verwijzen de vier pijlen naar de 4 windstreken, de uiteinden van de aarde. De krans wordt dan de wereld en de rozet de stad Amsterdam.

Dat maakt het tot een handelssymbool. Dit handelssymbool wordt gedragen door de welige takken van een levensboom, die samen met de rijzende zon het symbool vormt van hoop op welvaart. Een argument wat mede pleit voor de handel is het feit dat de pijlen bijna net zo vaak naar binnen gericht zijn als naar buiten. Handel is altijd een beweging over en weer. 

 

Amsterdam: Keizersgracht 387

 

Even verder langs de Keizersgracht een ander pand met dit Amsterdamse handelssymbool.

 zoals ik al zei: een argument voor het handeldrijven wordt gevormd door de gevarieerde richting van de pijlen. Soms  wijzen de pijlen naar buiten en soms naar binnen in de richting van de rozet.

De wederkerigheid bij het handeldrijven maakt dat de richting van de pijlen er kennelijk niet zo toe doet.

De ring heeft hier bij dit 2e pand zijn krans-karakter nog behouden.

 

Amsterdam Keizersgracht: krans met pijlen

 

Edam

Edam: houten ornament in vorm van krans

 

Edam

 Dit fraaie bovenlicht treffen we aan in Edam. Het is fraai geschilderd in pasteltinten. Hierdoor komt het wel mooi tot zijn recht. 

We zien hier de krans, in combinatie met 4 pijlen en een rozet, gevat in een kralenlijst. In Edam zien we invloed van de Zaanstreek en van Amsterdam. 

In de Zaanstreek heb je van ouds een bloeiende houtsnij-nijverheid.De ambachtslieden die het houtsnijwerk voor de schepen verzorgden, hadden niet altijd werk en leefden zich graag ook uit op het verfraaien van de eigen of andermans woning. Ga maar eens kijken in Zaandijk. 

De 4 pijlen zien we heel veel in Amsterdam. Ik heb elders al eens iets geschreven over de mogelijkheid dat deze 4 pijlen met de 4 windstreken of de vier uiteinden van de aarde te maken hebben.Je komt ze namelijk in beide richtingen tegen. 

De krans is een verhaal apart: Deze moest in de Middeleeuwen worden uitgehangen bij etablissementen waar men bier of wijn schonk, ten teken dat men een vergunning daarvoor had. 

De krans speelde ook een rol in de meiboom, die jaarlijks werd opgericht. In de Franse tijd werd de meiboom tot vrijheidsboom. Na de bevrijding in 1813 is het feest van de meiboom in de meeste streken van ons land niet meer teruggekomen. 

In de klassieke oudheid kende men de lauwerkrans als teken van overwinning en macht. Ook in het christendom benutte men de lauwerkrans als teken van overwinning, van het uitzicht op de hemelse zaligheid. 

In de Lod. XVI-stijl komt de krans als ronde bladfestoen in het bovenlicht terecht. Naderhand verdwijnen de blaadjes en zien we een kale cirkel. Dan komt ook de zonsymboliek weer meedoen. 

Het dateren van zo'n Edams bovenlicht is lastig. Het zou (op zijn vroegst) kunnen passen in het 1e kwart van de 19e eeuw. Maar bij de houtsnijders, die in de avonduren bezigheid zochten, is ook in de tijd daarna, ja bijna tot aan vandaag, wel graag teruggegrepen op oude symboliek.

Dit neemt niet weg, dat het (oud of jong) een heel fraai stukje werk is en leuk om naar te kijken.  

 

Alblasserdam

Hof Souburgh te Alblasserdam

 

Alblasserdam: Hof Souburgh

In 1280 kocht Nicolaas, Heer van Souburg op Walcheren, het ambacht Alblas (Oud-Alblas en Alblasserdam samen) voor 800 Hollandse ponden en een vat wijn. Nicolaas behoorde tot de invloedrijke Zeeuwse adel en hield zich o.a. bezig met ontginningen van nieuwe gebieden in het zuidwesten van Holland.

Het verhaal doet de ronde dat Nicolaas toen op de 'Cleine Nes' aan de Alblas een kasteel stichtte. Vermoedelijk moeten we hierbij denken aan een stenen huis (archeologisch onderzoek moet nog plaatsvinden).

Men mag er van uitgaan dat deze nederzetting in 1513 door de Geldersen werd verwoest.

De thans bestaande herenboerderij uit 1857 is gebouwd op de plek waar Nicolaas van Souburg ooit zijn onderkomen had staan en waarvan wordt verteld dat Jacoba van Beieren er nog wel eens gelogeerd heeft.

Omdat de grond van de 'Cleine Nes' uit rivierklei bestaat vindt daar akkerbouw plaats. De overige gronden in de Alblasserwaard zijn voor het grootste deel veen en daar vindt men dan ook de melkveehouderijen.

In het voorhuis, gebouwd in chaletstijl, werd een fraai houtgesneden bovenlicht aangebracht. We zien royaal acanthusloof met centraal het wapen van Souburg en in de hoekpunten een jacobsschelp.

Het bouwjaar 1857 van deze herenboerderij vinden we linksonder en rechtsonder in de schelpen.

In het afgebeelde wapen van Souburgh komt de burcht voor die in de 9e of 10e eeuw in Oost Souburg bij Vlissingen gebouwd werd ter verdediging tegen invallen van de Noormannen.

Het wapen van de plaats Souburg staat ook afgebeeld op één van de gebrandschilderde ramen van de Sint Jan in Gouda.

Het wapen van Nicolaas van Souburg daarentegen was een schild met kruis. Het kruis beladen met vijf jakobsschelpen, geplaatst in het midden en één in elke arm.

Wellicht heeft kennis van dat wapen ertoe geleid, dat er schelpen zijn aangebracht in de hoeken van het bovenlicht.

Het Hof te Souburgh, Alblasserdam

 

Alkmaar

Alkmaar: uit hout gesneden bovenlicht

 

Alkmaar Ook Alkmaar heeft nog wel wat fraaie bovenlichten. Hier is er eentje in de - wat ik zou willen noemen- Zaanse stijl. 

De drie elkaar kruisende symbolen: zijn de (met slangen omwonden) caduceus van Hermes (= Mercurius), de drietand van Poseidon (= Neptunus) en een (gevederde) pijl, mogelijk van Apollo, maar daar ben ik niet zeker van.

Apollo is wel de god van de boog. Dus het zou goed kunnen. 

In het fries boven het raam zien we in de midden een pijl en een toorts in gekruiste positie met een krans. Links en rechts boven de Korintische kapitelen van de pilasters bevinden zich gekruiste pijlen. 

Het lint herinnert aan de Lod XVI-stijl. Mij lijkt dit een 19e eeuws bovenlicht, maar je kunt deze bovenlichten in Zaanse stijl moeilijk dateren, want ze kunnen ook heden ten dage nog wel zo gemaakt worden. Hier is echter wel het bovenlicht in stijl met de omringende ornamenten, wat extra pleit voor 19e eeuwse origine.  

 

Schoonhoven

Schoonhoven: Het gereformeerde Weeshuis 1863

 

Schoonhoven

 Deze maand een bovenlicht van een groot pand in Schoonhoven, een van de kleine pittoreske Zuid-Hollandse stadjes in het rivierengebied ook wel bekend als de zilverstad, vanwege de opleidingen op terrein van edelmetaalbewerking en juwelen.We zien hier een smeedijzeren bovenlicht met lantaarn uit 1863. 

Als het al vaak lastig is om houten bovenlichten een beetje goed op ouderdom te kunnen schatten, het is helemaal een crime om dat te doen met smeedijzer.

Dit raam bevindt zich boven de hoofdingang van het als Gereformeerd Weeshuis gebouwde neo-classicistische pand.  Het lijkt op zo'n typisch Engels fanlight. Ik heb daar meer over geschreven op de pagina's Engeland (onder de knop: Buitenlandse voorbeelden) 

Kijken we naar het gehele pand op de foto hieronder dan valt op dat de vensters aan de bovenzijde afgeronde hoeken hebben, met hier in de midden ook nog een kuif-ornament. Deze afgeronde hoeken komen rond het midden van de 19e eeuw in zwang. 

Jammer dat de met hout gedichte benedenramen geen fraai gezicht is voor een gerestaureerd pand.

 

Schoonhoven: het gereformeerde Weeshuis uit 1863

 

Oldenzaal

Oldenzaal: vroeg 19e eeuws bovenlicht

 

Oldenzaal Het bovenlicht is 19e eeuws qua stijl en past wonderlijk goed bij de rest van de gevel die van veel oudere datum is. De krullen aan de basis lijken aan de uiteinden afgebroken, maar wel aan beide kanten gelijk. 

We zijn hier in Oldenzaal, in Twente, dichtbij de Duitse grens. Dit huis met gepleisterde barokke topgevel stamt uit het midden van de 17e eeuw, met gebeeldhouwde klauwstukken op de trappen en eindigend in een driezijdig fronton met pijnappelbekroning.

De vensters gedekt door driezijdige en gebogen frontons.(Hier niet te zien is de aangebouwde vleugel met bakstenen inrijpoort.) Ook Delft kent trouwens een bovenlicht met 2 naar voren uitstekende kwastjes.  

 

Oldenzaal: voorzijde pand

 

De grappig aandoende leeuwekop gaat over in een buik die uit festoendelen is samengesteld. 

 

Klauwstuk in vorm van lachende (?) leeuw

 

Reek

Bovenlicht in Reek (N.Br.) in Rococo-stijl

 

Reek

 Reek ontstond in de Middeleeuwen en ligt in het land van Ravenstein, vlak bij Grave. Het is nog steeds een landelijk dorpje.In Reek stond aanvankelijk een kapel, gewijd aan St. Antonius Abt, waarvan in 1455 voor het eerst sprake is.  
De huidige parochiekerk, gewijd aan dezelfde heilige, is tot stand gekomen in de jaren 1924-1925.


Maar eigenlijk wordt voornamelijk St. Donatus hier sinds 1779 vereerd, waarmee Reek de oudste cultusplaats van Donatus in Nederland is.
Van meet af aan werden er bedevaarten naar de weerheilige gehouden in het tweede weekeinde van juli, die voortduren tot op de dag van vandaag. Tegenwoordig wordt Donatus in Reek ook als milieuheilige vereerd.

Van Anneke Striezenau-van Marle kreeg ik dit bovenlicht toegestuurd, wat zij had ontdekt in Reek.Het spreekt mij bijzonder aan omdat ik ook zelf orgelspeel en dit bovenlicht heeft als centraal ornament een pijporgeltje. 

Het lijkt op een oud bovenlicht uit de Rococo-periode 1750-1770. Je ziet namelijk de asymmetrische krul niet alleen bovenin maar ook boven op de orgelkas.  Maar dateren is een linke bezigheid. Zulke concrete objecten zoals een orgeltje komen in die tijd nog niet in bovenlichten voor. Het is dus van later tijd. Op zijn vroegst ergens in de 19e eeuw. 

Surfen op internet levert de info, die dit vermoeden bevestigt. Het bovenlicht bevindt zich op een huis dat toebehoord heeft aan een geslacht van orgelbouwers. Liefhebbers van het orgel dus. En kenners van oudere siervormen, zoals de Rococo.

Orgel in de Petruskerk van Oirschot, door Frans Smits

In Reek begonnen rond 1815 de broers Frans en Nicolaas Smits orgels te bouwen.  Een van hun eerste orgels bestemden ze voor de kerk van Reek (1845). In feite was het een schenking en voor de broers een reklamemiddel om te laten zien wat ze konden. In diverse kerken in Brabant en omgeving hebben ze orgels gemaakt.

Het bleef een familiebedrijf en toen ze ook na 1870 nog doorgingen met ouderwetse mechanische orgels te maken en de pneumatiek afwezen, gingen ze na 1900 failliet. Toch hoorden ze toen wel tot de notabelen van het dorp.

De Smitsorgels behoren nu tot zeer gewaardeerde orgels met een fraaie romantische klank en het Reeker orgel was eigenlijk wel het grootste meesterwerk, aangezien ze het steeds uitgebreid hebben met nieuwe 19e eeuwse technische verbeteringen. 

Er kwam ruzie tussen de pastoor van Reek en de familie Smits in 1926 toen de pastoor voorstander was van een nieuw pneumatisch orgel in de nieuwe kerk. Hij had maling aan het feit dat het bestaande orgel een schenking geweest was. Hij drukte door dat het orgel verwijderd werd.

Veelzeggend voor de verhoudingen is het verhaal dat de pastoor bij de afbraak van de oude kerk in 1926 de orgelkas in de pastorietuin verbrand zou hebben, terwijl de wind in de richting van het huis van de Smitsen stond. Het was duidelijk: pastoor en orgelbouwersfamilie konden het niet zo goed met elkaar vinden. 

Meer over Reek en de orgelbouw op historisch Reek .

Smitshuis en pastorie

Speeltafel van het Smitsorgel van Oirschot

Het orgel van de St Petruskerk te Oirschot geeft ons een idee van het vakmanschap van Frans Smits, die er de bouwer van is geweest. Ook aan de ombouw in classicistische stijl werd veel aandacht besteed. Oorspronkelijk stond dit instrument in de Sint Pieterskerk te Den Bosch, maar toen deze in 1972 de deuren sloot, koos men Oirschot uit, omdat de kerk daar groot genoeg was voor het immense orgel. Daartoe werd het in oude glorie gerestaureerd. Let eens op het prachtige houtsnijwerk.

Swolgen: bovenlicht gered uit afgebroken pand

 

Swolgen (Lb)

 Dit wonderlijke bovenlicht is in 1921 uit een huis in
Swolgen gesloopt en wordt sindsdien in de familie van Lieshout bewaard. Het zou zijn gemaakt door een negentiende-eeuwse voorouder. Nadere gegevens ontbreken .

We zien een zwaard en een soort hellebaardierswapen. De dierfiguren lijken een paardenhoofdje te hebben, maar verder zijn de slangachtige lijven zonder details. 

 

Workum

Workum: Doopsgezinde kerk: Lod XVI-bovenlicht

 

De Vermaning in Workum

 De doopsgezinden vinden hun oorsprong bij de Friese predikant Menno Simonsz. (deze leefde van ca. 1496-1561). Ze worden daarom ook wel de Mennisten of Mennonieten genoemd en een andere naam voor een doopsgezinde gemeente is de Vermaning.

 

Menno Simons

In de 17e en 18e eeuw was er nog een flinke bloei van doopsgezinde gemeenten in de kustprovincies. Ook al was het niet het rechte geloof volgens de heersende contraremonstrantse leer, zij werden, net als de katholieken en de joden, wel gedoogd om hun geloof te mogen uitoefenen. We zien dat gedoogpolitiek ook vroeger al wel gebruikelijk was in ons land.

Alleen mocht zo'n gedoogde kerk er niet als kerk uitzien en niet direct aan de straat gebouwd zijn.

 

 

Workum kreeg een schuilkerk, gebouwd in 1695. Om het zicht vanaf de weg te belemmeren kwam er tussen de weg en de kerk een kosterswoning, met aan weerszijden (destijds) een hoge schutting.  Het werd een eenvoudig rechthoekig gebouw, maar om er elke zondag 400 mensen in te kunnen herbergen, moesten er aan 3 kanten dubbele gaanderijen (ook wel kraken genoemd) in aangebracht worden

Deze kosterswoning lijkt nog een origineel Lod XVI snijraam te bezitten. Karakteristiek is de bladfestoen en het strikje bovenin. Het motief van de rijzende zon kom je doorheen de 17e, 18e, 19e en 20e eeuw doorlopend wel tegen.

Soberheid is een belangrijke deugd bij de Vermaning. Dat weerspiegelt zich hier ook in het bovenlicht.

 

Workum: Doopsgezinde kerk met kosterswoning uit 1694

 

Culemborg

Huize de Croon te Culemborg (Gld)

 

Huize de Croon te Culemborg (Gld)

Ooit een herberg in de binnenstad van Culemborg tegenover het stadhuis.

Een wat wonderlijk bovenlicht, dat - zo te zien - toch al weer uit de 2e helft van de 19e eeuw zal stammen. Er is speciaal glas gebruikt dat keurig past binnen de gietijzeren roeden. In het midden steekt het glas iets naar voren.

Om uitzetting van glas en ijzer goed op elkaar te laten aansluiten wordt van een loden voering gebruik gemaakt, die het verschil kan opvangen.

Het is een oud pand uit 1569 en de ruitjes in de ramen boven het snijraam moeten in de 17e eeuw het nog kleinere glas-in-lood hebben vervangen.

In deze kroeg zullen de vele roerige gebeurtenissen die de stad beleefde, wel vaak uitvoerig besproken zijn.

Karel V verhief de heerlijkheid Culemborg in 1555, vlak na zijn aftreden, tot graafschap. De eerste graaf van Culemborg, Floris I van Pallandt, behoorde tot de aanbieders van het smeekschrift der edelen dat in 1566 werd aangeboden aan de landvoogdes Margaretha van Parma. Toen dat geen effect had, keerde Floris zich tegen Philips II en zette hij ook in Culemborg de beeldenstorm in gang.

In het kasteel liet Floris in het washuis de 1e hervormde kerkdienst van de Noordelijke Nederlanden houden.

Drie jaar later vond de bouw van huize de Croon plaats.

Culemborg was van 1550 tot 1795 een 'vrijstad', een zelfstandig staatje met een eigen wetgeving. Wie iets misdaan had, kon in Culemborg tegen betaling asiel krijgen. Zolang de betrokkene in Culemborg verbleef, waren zijn vervolgers machteloos.

Nu is prinses Beatrix gerechtigd de titel gravin van Culemborg te voeren of is Koning Willem Alexander inmiddels al graaf?