De 19e eeuw vv7

 

 

 

Delft: drie cirkels?

 

Er zijn verschillende manieren om aan deze bovenlichten in Delft en Leiden een soort van betekenis te geven.

De cirkel staat voor een gestyleerde krans of zon. Hij is ingeklemd tussen twee halve cirkels van iets groter formaat, waardoor de optie van drie zonnen of drie kransen toch wat onwaarschijnlijk wordt.

Aangezien ook andere symbolen (zoals de ruit) ingeklemd kunnen zijn tussen twee halve cirkels, heb ik daar (nu) nog geen verklaring voor. Iets met de maan is heel onwaarschijnlijk omdat men aan de maan doorgaans geen positieve krachten toekende.

 

Leiden: of toch de zon of zelfs de maan?

 

Schiedam: drie cirkels?

 

Het snijraam van Schiedam (hierboven) laat zien wat de volgende stap is. De drie 'cirkels' zijn evengroot. Toch is de middelste cirkel in feite nog een ovale cartouche en geen volledige cirkel. Maar dit kan te maken hebben met de ongelijke lengte en breedte van het venster. De maker van dit bovenlicht hecht kennelijk geen waarde meer aan het uitbeelden van een krans of zon. Het is het lijnenspel wat er toe doet, waarbij belangrijk is dat de roeden mooi raken aan de kozijnranden.

 

Deventer: de twee halve cirkels raken elkaar.

 

Vergelijken we het bovenlicht van Deventer (hierboven) met dat van Amersfoort (hieronder), dan zien we in feite hetzelfde motief van elkaar rakende 'cirkels'. hier om een tekst te typen.

 

Eenvoudig bovenlicht in IJsselstein

n dit bovenlicht in IJsselstein (links) zien we twee halve cirkels, die elkaar in de vertikale richting overlappen en een ovale cartouche vormen.  

 

Amersfoort: snijraam in een van de muurhuizen

 

en hier in Amersfoort raken de cirkels elkaar.

 

Edam: dubbele figuur boven dubbele deuren.

 

Edam: hetzelfde idee als het raam in IJsselstein, maar nu dubbel, met als gevolg dat ze in de midden een ruit vormen. hier om een tekst te typen.

 

Schiedam: moeilijk te dateren

 

We zullen steeds vaker tegen bovenlichten aanlopen, die lastig te dateren zijn. Bijzondere stijlkenmerken ontbreken. Of gebogen lijnen wel voldoende basis zijn om een dergelijk raam te dateren voor 1850 is dus ook maar de vraag. Tot hoe lang zijn de timmerlieden hun mallen blijven gebruiken?

 

Schilderijen en vroege foto's zullen uitkomst moeten bieden, alsmede ontwerptekeningen van architecten. Het Schiedamse snijraam (hierboven) is lastig, omdat het door het afwijkende ontwerp wel eens beter aan het eind van de 19e eeuw op zijn plaats zou kunnen zijn.